Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Caramello Online Services B.V., te Haarlem, verzoekster,
de Autoriteit Consument en Markt (ACM), verweerster,
Procesverloop
Overwegingen
1 januari 2021 live te hebben.
De ACM heeft naar aanleiding van deze brief een beknopte eerste beoordeling uitgevoerd en is op basis daarvan tot de conclusie gekomen dat er aanwijzingen bestaan dat de nummergebruiker van het informatienummer met het gebruik van dit nummer gedragingen verricht die betrekking hebben op het kennelijk misbruik maken van de tarifering van het informatienummer als bedoeld in artikel 4.4 tweede lid, van de Tw in verbinding met artikel 3.6b van het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen (Bude) dat verwijst naar artikel 6:193d, tweede lid, van het BW. Volgens de ACM lijken zowel de mobiele website als de desktopversie van de website coronatest-aanvragen.nl waarop het informatienummer staat vermeld, niet te voldoen aan de richtlijnen die zijn opgenomen in de Leidraad voorkomen misleiding bij doorschakeldiensten. Daarom heeft de ACM besloten tot de tijdelijke opschorting van de aankiesbaarheid en van de aan het gebruik van het informatienummer gerelateerde betaling.
6 april 2021. Bij het nemen van het intrekkingsbesluit heeft de ACM verder in aanmerking genomen dat Zoekopnummer.nl B.V. (Zoekopnummer), dat dezelfde bestuurder heeft als Caramello, recentelijk via een ander 0906-nummer een misleidende doorschakeldienst aanbood, waarbij zij bellers tegen een tarief van € 0,90 per minuut doorverbond naar vijf nummers van de politie (doorschakeldienst “Geen spoed, wel Politie”). Zoekopnummer heeft deze dienst na ingrijpen van de ACM beëindigd. Gelet op de ernst en de gevolgen van de misleiding en het feit dat de bestuurder van Caramello met de onderhavige dienst een dienst aanbiedt die vergelijkbaar is met de misleidende doorschakeldienst die Zoekopnummer recentelijk na interventie van de ACM heeft beëindigd, is de ACM van oordeel dat intrekking van de toekenning van het informatienummer in dit geval gerechtvaardigd en proportioneel is.
De voorzieningenrechter volgt dit standpunt niet. Omdat de nummerhouder het informatienummer ter beschikking heeft gesteld aan verzoekster en de opschorting ziet op haar inkomsten terwijl de aanleiding voor de aanwijzing volgens de ACM lag in gedragingen van verzoekster en niet de nummerhouder, heeft verzoekster een belang dat niet parallel loopt met dat van Massxess, terwijl de betrokkenheid van de rechts- of belangpositie van verzoekster bij het besluit bovendien een zelfstandige aanspraak op rechtsbescherming rechtvaardigt. De voorzieningenrechter ziet hier aldus aanleiding de vuistregels 2 en 3 van de conclusie van raadsheer advocaat-generaal mr. R.J.G.M. Widdershoven van 7 november 2018 over afgeleid belang (ECLI:NL:CRVB:2018:3474) toe te passen. Daarbij zij opgemerkt dat deze vuistregels van Widdershoven in de rechtspraak zijn omarmd (laatstelijk ECLI:NL:CBB:2020:748; ECLI:NL:OGHACMB:2021:5 en ECLI:NL:RBROT:2021:2274). In het verlengde hiervan is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoekster voorts een rechtstreeks belang als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb heeft bij de publicatie van de intrekking van de nummertoekenning aan Massxess omdat die steunt op een beweerdelijke overtreding van verzoekster. Omdat publicatie afhankelijk is van de rechtmatigheid van de intrekking, heeft verzoekster ook een rechtstreeks belang bij die intrekking.
1 april 2021. Uit de overzichten van de ACM volgt dat zo goed als alle voorafgaande zoekresultaten van de rijksoverheid, GGD en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zijn. Dat betekent dat een consument door moest scrollen om terecht te komen op de advertentie van verzoekster en kennelijk dus bewust de eerdere zoekresultaten oversloeg. Van het onderzoek dat de ACM volgens het intrekkingsbesluit op 30 maart 2021 zou hebben uitgevoerd heeft de ACM geen bewijs overgelegd, althans geen verslag van ambtshandelingen opgesteld. Verzoekster betwist dan ook de stelling van de ACM dat het screenshot bewijst dat de advertentie het tweede en derde zoekresultaat was.
De voorzieningenrechter neemt hierbij in aanmerking dat ongeacht of bij alle wijzen waarop de consument in contact kon komen met verzoekster sprake is van een misleidende commissie of omissie die aan verzoekster is toe rekenen, wel in alle gevallen sprake is van een voortgezette omissie nadat een gesprek tot stand was gekomen. Of de consument daadwerkelijk in alle gevallen is misleid is niet noodzakelijk om toepassing te kunnen geven aan artikel 7.3c van de Mw. Voldoende is dat er een substantieel aantal klachten ligt, terwijl er voorts rekening mee moet worden gehouden dat een aanzienlijk aantal consumenten dat mogelijk is misleid geen klacht heeft ingediend.
Beslissing
Rechtsmiddel
Bijlage
3 Handvatten voor aanbieders van doorschakeldiensten
voornaamste kenmerken van het product: Het voornaamste kenmerk van het product is het feit dat het een doorschakeldienst of abonnee-informatiedienst is. In de openbare uitingen waar een nummer of “belknop” is opgenomen, moet dan ook duidelijk zijn aangegeven dat de beller die naar het betreffende telefoonnummer belt, een doorschakeldienst of abonnee-informatiedienst belt.
prijs: De prijs is het tarief dat de beller betaalt voor het bellen naar de doorschakeldienst of de abonnee-informatiedienst. Hierbij moet ook duidelijk zijn dat de beller dit tarief ook blijft betalen nadat de consument is doorverbonden.
identiteit van de aanbieder: Het uitgangspunt is dat de statutaire naam van de handelaar, zoals ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KvK) vermeld moet worden. Hiervoor is het niet voldoende als er alleen een URL staat die de naam van een onderneming bevat. Met een URL wordt immers in principe informatie verstrekt over de vindplaats van een website en niet over de identiteit van een handelaar.
sprake is van misleiding:
- Het gebruik van formuleringen, teksten, kleuren, termen, logo’s en/of beschrijvingen van een dienst die associaties oproepen met de instellingen of bedrijven waarnaar de doorschakeldienst kan doorschakelen;
- Het gebruik van de frase “bel direct” (of een vergelijkbare frase) in combinatie met de naam van een ander bedrijf of andere instelling waardoor onterecht de indruk kan ontstaan dat de consument rechtstreeks naar dat bedrijf of die instelling belt;
- Het gebruik van de naam van een bedrijf of instelling waarnaar de nummerhouder kan doorschakelen, zonder dat daarbij in dezelfde context en in een ten minste even groot lettertype de eigen identiteit van de nummerhouder en de aard van haar dienst wordt vermeld. hierbij moet ook de relatie tussen de nummerhouder en haar dienst duidelijk zijn;
- Het gebruik van een domeinnaam met daarin de naam van een bedrijf of instelling, waarnaar de nummerhouder kan doorschakelen, of van een domeinnaam die verwarring kan scheppen over de aard van de dienst van de nummerhouder, of van haar identiteit als aanbieder; en
- Het gebruik van een kop op de website die verwarring schept over de identiteit van de nummerhouder en de aard van de aangeboden dienst, bijvoorbeeld door in die kop de naam van een bedrijf of instelling te noemen waarnaar kan worden doorgeschakeld, zonder dat in die kop de identiteit van de nummerhouder en de aard van haar dienst wordt vermeld.