Een werkneemster, werkzaam als Controleur Openbaar Vervoer bij de RET sinds 2017, werd op 4 maart 2021 vrijgesteld van werk wegens een integriteitsklacht en vermeend ongewenst gedrag. De kantonrechter oordeelt dat de vrijstelling op ondeugdelijke gronden berust, omdat de klacht waarop deze was gebaseerd al voor de officiële laatste waarschuwing bekend was en de werkgever niet als goed werkgever heeft gehandeld.
De RET had een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend, maar dit neemt niet weg dat er een spoedeisend belang is bij wedertewerkstelling, aangezien de werkneemster al meer dan vier maanden thuis zit en het niet redelijk is om de uitkomst van de ontbindingsprocedure af te wachten.
De kantonrechter wijst de vordering tot wedertewerkstelling toe en legt een dwangsom op voor het geval de RET niet binnen 48 uur na betekening de werkneemster weer toelaat tot haar werkzaamheden. Tevens moet de RET intern communiceren dat de werkneemster haar werkzaamheden hervat. De RET wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.