Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- de heer [persoon A] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om de gemeente Rotterdam te bevelen mee te werken aan een schuldregeling die door verzoeker was aangeboden. De gemeente Rotterdam weigerde in te stemmen met een deel van haar preferente vorderingen, omdat zij meent dat deze vorderingen niet te goeder trouw zijn ontstaan en onder artikel 60c Participatiewet vallen.
De rechtbank beoordeelde of de weigering van de gemeente in redelijkheid kon plaatsvinden, waarbij werd meegewogen dat de vorderingen van de gemeente slechts 10,9% van de totale schuldenlast betreffen en dat alle andere schuldeisers instemmen met het akkoord. Het voorstel was getoetst door een onafhankelijke partij en goed gedocumenteerd. Verzoeker werkt parttime en doet inspanningen om meer te werken, en zit in budgetbeheer.
De rechtbank oordeelde dat het dwangakkoord het uiterste is wat verzoeker kan bieden en dat de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers zwaarder wegen dan die van de gemeente. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen omdat dit minder gunstig zou zijn voor schuldeisers.
De rechtbank beveelt de gemeente Rotterdam om in te stemmen met het akkoord, veroordeelt haar in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming van schuldeisers.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de gemeente Rotterdam om in te stemmen met het door verzoeker aangeboden schuldakkoord en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.