Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[naam eiser 1] ,
[naam eiser 2],
1..[naam gedaagde 1] ,
[naam gedaagde 2],
[naam gedaagde 3],
1..De procedure
- de dagvaarding van 10 december 2019, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het B3-formulier van [gedaagden] van 16 juni 2020, met producties;
- de akte overlegging producties van [eisers] van 17 juni 2020;
- de spreekaantekeningen van partijen voor de mondelinge behandeling;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 1 juli 2020;
- de akte overlegging productie van [eisers] van 8 juli 2020, met productie;
- de antwoordakte van [gedaagden] van 29 juli 2020, met producties;
- de nadere akte van [eisers] van 26 augustus 2020, met producties;
- de antwoordakte op nadere akte van [gedaagden] van 11 november 2020.
2..De feiten
3..Het geschil
1) voor recht verklaart dat [gedaagden] vanaf mei 2019 onrechtmatige geluidhinder hebben toegebracht aan [eisers] ;
4..De beoordeling
nietaan de HMRI met betrekking tot de uitgevoerde geluidmetingen, de uitwerking van de metingen en de rapportage dan wel de beoordeling van de meetresultaten. De in het geluidrapport gestelde conclusies over de gemeten equivalente (=tijdsgemiddelde) geluidniveaus Laeq zijn daarom te voorbarig dan wel niet correct.