ECLI:NL:RBROT:2021:7623
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek eigen aangifte faillietverklaring wegens ontbreken baten en misbruik bevoegdheid
Verzoeker diende op 2 juli 2021 een verzoek tot faillietverklaring op eigen aangifte in nadat zijn eerdere faillissement wegens gebrek aan baten op 21 mei 2021 was opgeheven. Tijdens de zitting verklaarde verzoeker dat zijn echtgenote een bedrag van € 50.000 beschikbaar had gesteld voor een crediteurenakkoord, maar dit bedrag behoort niet tot zijn eigen vermogen.
De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 18 tweede Pro alinea Faillissementswet een nieuw faillissement op eigen aangifte slechts kan worden uitgesproken indien er voldoende baten zijn om de faillissementskosten te dekken. Omdat verzoeker geen eigen activa heeft en het bedrag van zijn echtgenote niet tot zijn vermogen behoort, voldoet hij niet aan dit vereiste.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het verzoek misbruik van bevoegdheid betreft, omdat het verzoeker er kennelijk op is gericht het minnelijk traject van schuldsanering te omzeilen via een omzettingsverzoek. Dit is niet het doel van de faillissementsprocedure. De rechtbank wijst het verzoek daarom af.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring op eigen aangifte wordt afgewezen wegens ontbreken van voldoende baten en misbruik van bevoegdheid.