ECLI:NL:RBROT:2021:7666
Rechtbank Rotterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Gebruik jaarinkomen toeslagpartner voor toeslagen en belangenafweging terugvordering
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiseres tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen waarbij de zorgtoeslag, het kindgebondenbudget en de huurtoeslag over 2019 definitief werden vastgesteld en teveel ontvangen voorschotten werden teruggevorderd.
Verweerder baseerde het besluit op het gezamenlijke toetsingsinkomen, waarbij het jaarinkomen van de toeslagpartner over het gehele kalenderjaar werd gebruikt, conform dwingend recht zoals neergelegd in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr). Eiseres voerde aan dat dit onjuist was omdat zij slechts acht maanden van het inkomen van haar ex-partner had genoten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder juridisch juist had gehandeld en dat het gebruik van het jaarinkomen van de toeslagpartner verplicht was. Hoewel verweerder aanvankelijk geen belangenafweging had gemaakt ten aanzien van de terugvordering, werd dit gebrek in het verweerschrift alsnog hersteld. De rechtbank paste artikel 6:22 Awb Pro toe om het motiveringsgebrek te passeren. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiseres vanwege het motiveringsgebrek en de daarmee samenhangende procedurele tekortkoming.
De rechtbank wees erop dat eiseres om een betalingsregeling kon verzoeken vanwege haar financiële en gezondheidssituatie en dat contact met haar gemachtigde diende plaats te vinden. De uitspraak werd mondeling gedaan op 21 juli 2021 door rechter F.P.J. Schoonen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt gehandhaafd.