ECLI:NL:RBROT:2021:7733
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde hoekwoning op waardepeildatum 1 januari 2019
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van een hoekwoning op een adres te Dordrecht, stellende dat de waarde €408.000 bedraagt in plaats van de door verweerder vastgestelde €451.000.
De rechtbank overweegt dat de waarde moet worden bepaald op basis van de waardepeildatum 1 januari 2019 volgens de Wet WOZ, waarbij verkoopcijfers van vergelijkingsobjecten binnen een jaar vóór of na deze datum als uitgangspunt dienen. Eiser gebruikte verkoopdata van vergelijkingsobjecten die circa twee jaar vóór de waardepeildatum zijn verkocht, wat volgens de rechtbank niet passend is omdat voldoende transacties binnen het juiste tijdsbestek beschikbaar zijn.
Verweerder heeft een taxatierapport en een waardematrix overgelegd die aantonen dat de gekozen vergelijkingsobjecten representatief zijn en dat er rekening is gehouden met verschillen in inhoud, perceeloppervlakte en andere kenmerken. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
Eisers argumenten over doelmatigheid en eerdere WOZ-waarden worden verworpen wegens onvoldoende onderbouwing of ongeschiktheid. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €451.000 wordt bevestigd.