Uitspraak
[naam veroordeelde] ,
Opgelegde straf
Vordering
Ontvankelijkheid
Beoordeling
Beslissing
uitgesteldmet een termijn van
180 dagen.
Rechtbank Rotterdam
De veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en op 29 november 2018 voorwaardelijk in vrijheid gesteld met bijzondere voorwaarden zoals locatieverbod, meldplicht en drugsverbod. Na meerdere herroepingstrajecten wegens overtredingen van deze voorwaarden heeft het openbaar ministerie op 30 juni 2021 een vordering ingediend tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
Tijdens de openbare zitting op 21 juli 2021 heeft de rechtbank het advies van de reclassering en de penitentiaire inrichting betrokken. De reclassering adviseert afstel vanwege het hoge recidiverisico door het niet naleven van afspraken, terugval in drugsgebruik en geringe motivatie voor behandeling. De penitentiaire inrichting deelt deze zorgen en wijst op het korte strafrestant en eerdere negatieve ervaringen met behandeling.
De veroordeelde en zijn raadsvrouw betogen dat hij positieve stappen heeft gezet, openstaat voor behandeling en eerst ambulante behandeling wil proberen. De rechtbank constateert echter dat de veroordeelde meerdere keren de voorwaarden heeft overtreden en het vertrouwen in naleving ontbreekt. Ondanks dit wijst de rechtbank de vordering af en stelt de voorwaardelijke invrijheidstelling uit met 180 dagen, om de mogelijkheid te bieden de behandeling nader te concretiseren en de veroordeelde een laatste kans te geven.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling af en stelt deze uit met 180 dagen.