Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De standpunten
€ 5.915,00, worden door verzoekster wel betwist. Verzoekster verwijst naar de door haar overgelegde overeenkomst van 16 januari 2018 (productie 2), naar welke overeenkomst ook wordt verwezen in de betreffende facturen. Uit de overeenkomst blijkt volgens verzoekster dat [L] geen rechtsrelatie is aangegaan met verzoekster maar met [Z] . Verzoekster is ook later geen contractspartij geworden. Verzoekster zou dan ook geen betalingsverplichting hebben jegens verweerster. Verzoekster betwist dat uit de e-mail van 6 april 2019, die door verweerster ter zitting is overgelegd, zou blijken dat verzoekster een betalingsverplichting op zich heeft genomen ten aanzien van de betreffende facturen.