Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De huurder heeft een woning gehuurd van Stichting Woonbron en is in gebreke gebleven met het betalen van de huur, die op dat moment € 509,33 per maand bedroeg. De huurachterstand was op het moment van de mondelinge behandeling opgelopen tot € 3.534,33, wat neerkomt op bijna zeven maanden huur. De huurder erkent de achterstand maar stelt dat de huur werd ingehouden op zijn uitkering vanwege een strafmaatregel.
Woonbron vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de achterstallige huur inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. De rechtbank oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is om ontbinding te rechtvaardigen, mede omdat de huurder na dagvaarding geen betalingen heeft verricht en geen gebruik heeft gemaakt van aangeboden schuldhulpverlening.
De rechtbank wijst de vorderingen toe, veroordeelt de huurder tot betaling van € 3.626,77 plus wettelijke rente vanaf 12 april 2021, en tot ontruiming binnen 14 dagen na betekening van het vonnis. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de huur tot en met de maand waarin de woning wordt ontruimd, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van de achterstallige huur met rente en kosten.