ECLI:NL:RBROT:2021:7805

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 juli 2021
Publicatiedatum
9 augustus 2021
Zaaknummer
8252293 / CV EXPL 20-1026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 223 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening betaling huurachterstand in civiele procedure

In deze civiele procedure vordert eiser, [persoon A], namens zichzelf en SAS OG Beheer B.V., dat gedaagde Centrale Punt B.V. wordt veroordeeld tot betaling van 75% van de huurachterstand die op de datum van het vonnis bestaat. De huurachterstand bedroeg €58.940,92 tot en met april 2021. Eiser stelt dat het mogelijk nog maanden duurt voordat het eindvonnis wordt gewezen en dat daarom spoedeisend belang bestaat bij een voorlopige voorziening.

De kantonrechter oordeelt dat aan de vereisten van artikel 223 Rv Pro is voldaan voor ontvankelijkheid, maar dat het spoedeisend belang onvoldoende is onderbouwd. De enkele stelling dat het nog maanden kan duren tot het eindvonnis is niet voldoende. Bovendien is het onzeker of de vordering in de hoofdzaak (gedeeltelijk) zal worden toegewezen, mede omdat een deskundigenbericht is gelast en het restitutierisico een rol speelt.

Daarom wordt de gevraagde voorlopige voorziening afgewezen. De beslissing over de kosten van het incident wordt aangehouden tot de hoofdzaak. Tevens wordt de zaak verwezen naar een rolzitting voor nadere behandeling van het deskundigenbericht en verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: De voorlopige voorziening tot betaling van 75% van de huurachterstand wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8252293 / CV EXPL 20-1026
uitspraak: 2 juli 2021
vonnis in het incident en in de hoofdzaak van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van

1..[persoon A] ,

wonende te [woonplaats A] ,
eiser in conventie, tevens verweerder in reconventie,
eiser in het incident ex artikel 223 Rv Pro,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SAS OG BEHEER B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eiser in conventie, tevens verweerder in reconventie,
gemachtigde: (thans) mr. J.J. Borsboom te Rotterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CENTRALE PUNT B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde in conventie, tevens eiseres in reconventie,
verweerster in het incident ex artikel 223 Rv Pro,
gemachtigde: (thans) mr. A.C. van Langen te Waalwijk,
Eisers worden verder aangeduid als respectievelijk ‘ [persoon A] ’ en ‘SAS OG Beheer’ en gedaagde als ‘Centrale Punt’.

1..Het verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:
  • het tussenvonnis van 23 april 2021 van de kantonrechter van deze rechtbank, met de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de conclusie van eis in het incident ex artikel 223 Rv Pro van de zijde van [persoon A] ;
  • de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 223 Rv Pro van de zijde van Centrale Punt.
1.2.
De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2..Het geschil in het incident

2.1.
[persoon A] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om voor de duur van dit geding Centrale Punt te veroordelen tot betaling van 75% van de huurachterstand die op de datum van het vonnis in incident bestaat, kosten rechtens.
2.2.
Aan de provisionele vordering heeft [persoon A] – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – ten grondslag gelegd dat gezien de omvang van de huurachterstand van € 58.940,92 berekend tot en met april 2021 en de omstandigheid dat het mogelijk nog maanden zal duren voordat eindvonnis wordt gewezen, hij recht en spoedeisend belang heeft bij betaling van 75% van de huurachterstand op de datum van het vonnis in incident door Centrale Punt.
2.3.
Centrale Punt concludeert tot afwijzing van de vordering, althans tot matiging van het door [persoon A] gevorderde bedrag, met veroordeling van [persoon A] in de kosten van het incident.

3..De beoordeling

in het incident
3.1.
Op grond van artikel 223 Rv Pro kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening treft voor de duur van het geding, mits de vordering samenhangt met de hoofdvordering.
3.2.
Uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht, blijkt van het bestaan van de hiervoor bedoelde samenhang, zodat [persoon A] ontvankelijk is in zijn provisionele vordering op grond van artikel 223 Rv Pro.
3.3.
Bij de beoordeling van de gevraagde voorziening stelt de kantonrechter voorop dat het algemene vereiste dat de eisende partij bij zijn vordering belang heeft, gevoegd bij de beperkte werkingsduur van een voorziening op grond van artikel 223 Rv Pro, ertoe leidt dat het belang bij de gevraagde voorziening dringend moet zijn in die zin dat van de eisende partij niet kan worden gevergd dat hij de afloop van de procedure in de hoofdzaak afwacht. De gevraagde voorziening in de onderhavige procedure betreft betaling van 75% van het bedrag aan huurachterstand die bestaat op het moment dat dit vonnis wordt gewezen, te weten op 2 juli 2021. Door [persoon A] is dat bedrag voor genoemde datum niet nader geconcretiseerd. Wel heeft [persoon A] gesteld dat de huurachterstand € 58.940,92 bedraagt, berekend tot en met de maand april 2021. Overwogen wordt dat [persoon A] niet heeft onderbouwd dat hij een spoedeisend belang heeft bij onmiddellijke betaling van een deel van de huurachterstand. De enkele stelling dat het mogelijk nog maanden duurt voordat in de procedure eindvonnis wordt gewezen, is daartoe onvoldoende. Daar komt bij de kantonrechter uitsluitend kan vooruitlopen op de in de hoofdzaak te nemen beslissing, als aannemelijk is dat de vordering in de hoofdzaak (gedeeltelijk) zal worden toegewezen. Gelet op het feit dat in de hoofdzaak een deskundigenbericht is gelast, is het vooralsnog onvoldoende zeker dat de thans gevorderde 75% van de huurachterstand per 2 juli 2021 in de hoofdzaak (volledig) wordt toegewezen. Voorts wordt meegewogen dat ook het restitutierisico in deze zaak een rol speelt. Al deze belangen tegen elkaar afwegend, maakt dat de provisionele vordering wordt afgewezen.
3.4.
De kantonrechter houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.
in de hoofdzaak in conventie en in reconventie
3.5.
[persoon A] en Centrale Punt worden in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de in 5.34 tot en met 5.37 van het tussenvonnis van 23 april 2021 genoemde onderwerpen ten aanzien van het (eventueel) te gelasten deskundigenbericht.
3.6.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4..De beslissing

De kantonrechter:
in het incident
wijst het gevorderde af;
houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan;
in de hoofdzaak in conventie en in reconventie
verwijst de zaak naar de rolzitting van
29 juli 2021 te 14.30 uurvoor het nemen van een akte door [persoon A] en Centrale Punt, teneinde zich uit te laten als in 5.34 tot en met 5.37 van het tussenvonnis van 23 april 2021 vermeld;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.I. Mentink en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
[46009]