De rechtbank Rotterdam behandelde op 25 juni 2021 een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Zuid-Holland om gedeeltelijke gezagsuitoefening te verkrijgen met betrekking tot de aanmelding van een minderjarige bij een onderwijsinstelling. De minderjarige verblijft sinds juni 2020 bij pleegouders en heeft geen contact meer met haar moeder, die het inschrijfformulier voor de vervolgopleiding weigert te ondertekenen.
De kinderrechter stelde vast dat de relatie tussen de minderjarige en haar moeder ernstig verstoord is en dat de inschrijving noodzakelijk is voor de voortzetting van de schoolcarrière van de minderjarige, die inmiddels geslaagd is voor haar eindexamen en leerplichtig is. De moeder reageerde niet op pogingen tot contact en schriftelijke aanwijzingen van de GI.
Gezien het belang van de ontwikkeling van de minderjarige en de uitvoering van de ondertoezichtstelling, besloot de rechtbank de GI gedeeltelijk gezag te geven voor de aanmelding bij de onderwijsinstelling, zodat de minderjarige haar vervolgopleiding kan starten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.