Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
2..De feiten, voor zover van belang in het incident
primair:
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure bij de Rechtbank Rotterdam vordert eiseres in een incident dat gedaagde wordt gelast de financiële stukken die ten grondslag liggen aan de jaarstukken van ENJ B.V. en PQSaving B.V. in het geding te brengen. Gedaagde heeft echter toegezegd dat deze stukken uit zichzelf in het geding zullen worden gebracht, waardoor de rechtbank onvoldoende belang ziet bij het gelasten van deze stukken.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het niet aan de bestuurder is om in de vrijwaringsprocedure te onderbouwen waarom een vennootschap bevoegd is een vordering aanhangig te maken; deze plicht rust bij de rechtspersoon zelf. Daarom verklaart de rechtbank eiseres niet-ontvankelijk in haar vorderingen tot gelasten van stukken en tot onderbouwing.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De hoofdzaak wordt voortgezet met een rolzitting gepland op 11 augustus 2021 voor conclusie van antwoord.
Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar incidentele vorderingen tot gelasten van financiële stukken wegens onvoldoende belang.