Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
2..De feiten
3..De vordering
4..De beoordeling
€ 656,00
Rechtbank Rotterdam
Eiseres is eigenaar van een woning te Rotterdam die sinds november 2019 leegstaat na vertrek van de laatste huurder. Na een geplande renovatie die door corona en ziekte van de aannemer werd uitgesteld, wilden de werkzaamheden in maart 2021 starten. Op 17 februari 2021 werd de woning gekraakt door twee vrouwen die weigerden te vertrekken ondanks sommatie.
Eiseres vordert in kort geding de ontruiming van de woning, onderbouwd met het spoedeisend belang vanwege de geplande renovatie en de dreiging van schade door vertraging. De gedaagden verschenen niet in de procedure, waardoor verstek werd verleend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de krakers zonder recht of titel in de woning verblijven en dat eiseres op grond van artikel 5:2 BW Pro gerechtigd is ontruiming te vorderen. Het spoedeisend belang van eiseres weegt zwaarder dan het belang van de krakers, mede omdat na ontruiming geen langdurige leegstand wordt verwacht.
De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een termijn van drie dagen na betekening, inclusief een executoriale titel die ook tegen derden kan worden uitgevoerd binnen twaalf maanden. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is gewezen door mr. P. de Bruin op 18 mei 2021.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen drie dagen na betekening met uitvoerbaarheid bij voorraad.