Partijen zijn in 1989 gehuwd met huwelijkse voorwaarden en hebben twee pleegkinderen. De echtscheiding werd uitgesproken in november 2019, waarbij de vrouw het gebruik van de woning werd toegestaan voor zes maanden tegen een redelijke vergoeding. De woning is eigendom van de man, die de hypotheek behoudt. Na het verstrijken van de termijn in februari 2021 verzocht de man de vrouw de woning te verlaten, wat zij niet deed.
De vrouw vordert in kort geding het exclusieve gebruik van de woning voor vier maanden na betaling van haar deel van de overwaarde. De man betwist dit en stelt dat de vrouw al lang op de hoogte was van haar vertrekplicht en dat zij hem zelfs een bedrag verschuldigd is. Daarnaast vordert de man in reconventie de verdeling van de inboedel in vijf opslagboxen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de termijn van zes maanden is verstreken en dat de vrouw in principe moet vertrekken, maar dat haar belangen en die van de kinderen zwaarder wegen dan de financiële situatie van de man. Daarom wordt haar het gebruik van de woning nog vier maanden gegund zonder koppeling aan betaling van de overwaarde. De vordering van de man tot verdeling van de inboedel wordt afgewezen omdat het geschil eenvoudig buiten de rechter kan worden opgelost. De proceskosten worden gecompenseerd.