ECLI:NL:RBROT:2021:7905
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitschrijving BRP wegens onvoldoende gedegen adresonderzoek
Eiseres werd per 25 april 2019 uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (BRP) door verweerder vanwege het ontbreken van een aangifte van adreswijziging en een adresonderzoek dat volgens verweerder uitwees dat eiseres niet op het geregistreerde adres woonde. Eiseres voerde beroep aan tegen dit besluit en stelde dat het adresonderzoek niet voldeed aan de vereisten van artikel 2.22 van de Wet BRP.
De rechtbank stelde vast dat het adresonderzoek door verweerder niet gedegen was uitgevoerd. Hoewel er huisbezoeken waren afgelegd, ontbraken aanvullende onderzoeken zoals buurtonderzoek of navraag bij de woningcorporatie. Ook duurde het onderzoek ongeveer acht maanden, wat niet strookt met de richtlijn van tien weken uit de Circulaire adresonderzoek BRP. Daarnaast was er onvoldoende bewijs dat eiseres daadwerkelijk niet op het adres woonde.
De rechtbank oordeelde dat de uitschrijving een belastend besluit is dat een zware motiveringsplicht vereist en dat verweerder onvoldoende onderzoek had verricht om dit besluit te rechtvaardigen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot uitschrijving uit de BRP wordt vernietigd wegens onvoldoende gedegen adresonderzoek.