De rechtbank Rotterdam heeft op 12 juli 2021 een machtiging verleend tot voortzetting van het verblijf van een cliënt met een licht verstandelijke beperking, ernstige aanpassingsstoornis, antisociale persoonlijkheidsstoornis en zeer lage sociaal-emotionele ontwikkeling. De cliënt vertoont een positieve ontwikkeling, maar het risico op zwerfgedrag, delicten en arrestaties blijft hoog. Zonder rechterlijke machtiging zou de cliënt zich onttrekken aan noodzakelijke behandeling en begeleiding.
De procedure begon met een verzoek van het CIZ op 28 juni 2021, waarbij diverse medische en zorgdocumenten werden overgelegd. Tijdens de mondelinge behandeling via beeldverbinding werden de cliënt, zijn advocaat, gedragsdeskundige, begeleider en mentor gehoord. Uit de stukken en de hoorzitting bleek dat het verblijf noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen, zoals maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid.
De rechtbank constateerde dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om het ernstig nadeel af te wenden en dat de cliënt zich verzet tegen voortzetting van het verblijf. Gezien de positieve maar fragiele ontwikkeling en de noodzaak van verdere behandeling en observatie, werd de machtiging voor twee jaar toegekend. De beschikking is op 12 juli 2021 mondeling gegeven en op 19 juli schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.