ECLI:NL:RBROT:2021:8014

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 juli 2021
Publicatiedatum
16 augustus 2021
Zaaknummer
C/10/619697 / JE RK 21-1520
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens aanhoudende zorgwekkende omstandigheden

De gecertificeerde instelling Stichting Leger Des Heils Jeugdbescherming & Reclassering verzocht de rechtbank om de ondertoezichtstelling van een minderjarig kind te verlengen voor de duur van één jaar. Dit verzoek werd gedaan omdat het kind ondanks het hervatten van school nog steeds fors schoolverzuim vertoont en psychische klachten heeft, waaronder het horen van stemmen en het zien van geesten. Het gezin kampt met complexe problematiek, waaronder psychische en verslavingsproblemen bij de moeder en financiële problemen.

De vader betoogde dat er nauwelijks nog zorgen zijn en dat hij de hulpverlening in een vrijwillig kader wil regelen, omdat de gedwongen hulpverlening niet van de grond komt door budgettaire beperkingen en lange wachtlijsten. De rechtbank constateerde echter dat ondanks lichte positieve ontwikkelingen de zorgen over het kind en het gezin onverminderd aanwezig zijn.

De rechtbank overwoog dat het vinden en inzetten van passende hulpverlening lastig is, maar dat het juist daarom noodzakelijk is dat professionals in het gedwongen kader betrokken blijven. Gelet op de omstandigheden en het wettelijke criterium van artikel 1:255 BW Pro achtte de rechtbank verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk en verlengde deze voor twaalf maanden tot 25 juli 2022.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling van het kind tot 25 juli 2022 wegens aanhoudende zorgwekkende omstandigheden.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/619697 / JE RK 21-1520
datum uitspraak: 19 juli 2021

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van
de gecertificeerde instelling Stichting Leger Des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam kind],

geboren op [geboortedatum kind] 2007 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder],

[naam vader],

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader].

Het procesverloopHet procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 1 juni 2021, ingekomen bij de griffie op 4 juni 2021.

Op 19 juli 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de vader,
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam ].
Opgeroepen en niet verschenen is de moeder.
[naam kind] is in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.
[naam kind] woont bij de ouders.
Bij beschikking van 25 januari 2021 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 25 juli 2021.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van één jaar.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Ondanks dat [naam kind] inmiddels weer naar school gaat, is uit recent contact met school gebleken dat [naam kind] (en haar oudere zus) nog altijd twee tot drie dagen per week verzuimen en dat is fors schoolverzuim. [naam kind] heeft verteld dat ze stemmen hoort en geesten ziet. Het vinden van passende hulpverlening voor [naam kind] en het gezin is erg lastig gebleken. [naam kind] heeft lang op de wachtlijst gestaan van het wijkteam. Van februari tot mei 2021 hebben er een intake en twee gesprekken plaatsgevonden, maar het wijkteam heeft doorverwezen naar MDFT omdat de problematiek te complex was. De zorgaanbieder van MDFT heeft aangegeven vanwege het budgetplafond geen hulp te kunnen bieden. Inmiddels staat het gezin op de wachtlijst voor MST. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is nodig om verder de inzet van hulpverlening voor [naam kind] en het gezin op gang te brengen.

Het standpunt van de vader

De vader is het niet eens met het verzoek. Er zijn nauwelijks nog zorgen om [naam kind]. Het meisje dat in het verleden op school een vechtpartij heeft veroorzaakt is inmiddels van school gestuurd, waardoor [naam kind] weer naar school durft. [naam kind] heeft enkel nog hulp nodig voor de stemmen en geesten die ze hoort en ziet, maar de vader wil en kan dit in het vrijwillig kader regelen. Gebleken is dat de hulpverlening in het gedwongen kader niet van de grond komt. Het hulpverleningssysteem werkt niet. Er is te weinig geld en er zijn te lange wachtlijsten. De vader is niet onbereid om hulpverlening in te zetten, maar wil hierbij niet afhankelijk zijn van de GI.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er een lichte positieve ontwikkeling is ontstaan, maar dat er nog steeds grote zorgen zijn om [naam kind]. Hoewel [naam kind] sinds kort weer naar school gaat, is nog steeds sprake van flink schoolverzuim. Daarnaast heeft [naam kind] nog steeds last van stemmen in haar hoofd en ziet zij geesten. Ook binnen het gezin zijn de zorgen nog onverminderd aanwezig. Met name de psychische- en verslavingsproblematiek van de moeder en financiële problematiek maken dat het de ouders nog niet is gelukt een veilige en stabiele thuissituatie te creëren. Hoewel de ouders bereid zijn hulpverlening te aanvaarden en goede bedoelingen hebben, is het hen in het vrijwillig kader niet gelukt deze hulp in te schakelen. Ook in het gedwongen kader is de inzet van passende hulpverlening voor [naam kind] en het gezin ingewikkeld gebleken. De frustraties van de vader over lange wachtlijsten zijn dan ook zeker begrijpelijk. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat MST op korte termijn kan starten en dat deze hulp aansluit bij de problematiek, maar wanneer dit niet, of niet volledig, het geval blijkt te zijn zal verder gezocht moeten worden naar andere hulpverlening. Juist nu de inzet van passende hulpverlening zo lastig is, is het des te meer van belang dat professionals in het gedwongen kader betrokken blijven. Zij hebben meer kennis, ervaring en meer mogelijkheden hulp bij het gezin te betrekken. Gelet op het voorgaande acht de kinderrechter een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 25 juli 2022;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2021 door mr. J. van Driel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 juli 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.