De rechtbank Rotterdam heeft op 23 juli 2021 uitspraak gedaan over het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige en de bekrachtiging van een schriftelijke aanwijzing aan de moeder. De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 2 augustus 2021 en de gecertificeerde instelling (GI) verzocht verlenging voor een jaar vanwege aanhoudende zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van het kind.
De GI maakte zich zorgen over de thuissituatie, moeizame communicatie tussen de ouders en het stagneren van de hulpverlening. De moeder werkte onvoldoende mee, waardoor zicht op de thuissituatie ontbrak. De moeder voerde verweer en stelde dat de communicatie tussen ouders verbeterd was en dat intensieve hulpverlening niet nodig was. De vader steunde het verzoek van de GI.
De rechter oordeelde dat er nog steeds ernstige zorgen zijn over de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind en dat het kind slachtoffer is van de moeizame relatie tussen de ouders. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd tot 2 juli 2022. De schriftelijke aanwijzing wordt bekrachtigd voor de meeste punten, waaronder het terugbellen van de jeugdbeschermers en het toestaan van gesprekken met het kind. Het onderdeel dat betrekking heeft op het intensieve hulpverleningsprogramma MPG+ wordt niet bekrachtigd, maar de moeder wordt geacht hieraan alsnog mee te werken indien noodzakelijk.
De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.