ECLI:NL:RBROT:2021:8031

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 juli 2021
Publicatiedatum
16 augustus 2021
Zaaknummer
C/10/620722 / JE RK 21-1692
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking ondertoezichtstelling kind wegens ontwikkelingsbedreiging en onvoldoende ouderlijke stimulering

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de ondertoezichtstelling van een kind geboren in 2011, vanwege zorgen over diens ontwikkeling en het onvermogen van de ouders om het kind voldoende te stimuleren. Zowel het kind als de ouders functioneren op een moeilijk lerend niveau, waardoor de ouders onvoldoende inzicht hebben in de behoeften van het kind. Ondanks bestaande hulpverlening is deze onvoldoende en onoverzichtelijk voor het gezin.

De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering steunde het verzoek, benadrukkend dat het kind ruimte moet krijgen om zijn achterstanden te overwinnen. De ouders voerden verweer en stelden dat zij wel degelijk hulpvragen kunnen formuleren en dat het gedwongen kader niet terecht is.

De kinderrechter oordeelde dat het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd, met aanzienlijke achterstanden op meerdere gebieden. De ouders zijn ambivalent ten opzichte van hulpverlening en ervaren deze als bedreigend. De huidige vrijwillige hulpverlening heeft niet het gewenste effect. Daarom is een ondertoezichtstelling noodzakelijk om regie te houden, de opvoedvaardigheden van de ouders te monitoren en passende hulpverlening te organiseren.

De beschikking werd gegeven voor de duur van twaalf maanden, met de gecertificeerde instelling als toezichthouder, en is uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Het kind wordt voor twaalf maanden onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/620722 / JE RK 21-1692
datum uitspraak: 23 juli 2021

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam kind],

geboren op [geboortedatum kind] 2011 te [gebooerteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder],

[naam vader],

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader].

Het procesverloopHet procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van de Raad van 21 juni 2021, ingekomen bij de griffie op 22 juni 2021;
- het verweerschrift van mr. H.J.C. de Waard, advocaat van de ouders, van 16 juli 2021, ingekomen bij de griffie op 20 juli 2021.
Op 23 juli 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de moeder, bijgestaan door mr. H.J.C. de Waard,
- de vader, bijgestaan door mr. H.J.C. de Waard,
- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam 1],
- twee vertegenwoordigsters van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI, [naam 2] en [naam 3].

De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind] woont bij de ouders.

Het verzoek

De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [naam kind] verzocht voor de duur van twaalf maanden.
De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Er zijn zorgen over de ontwikkeling van [naam kind]. De ouders zijn onmachtig en onvoldoende in staat om [naam kind] voldoende te stimuleren en motiveren. Zowel de ouders als [naam kind] functioneren op een moeilijk lerend niveau. Dat maakt dat ouders onvoldoende inzicht hebben in wat [naam kind] nodig heeft. Er is al hulpverlening in het gezin betrokken, maar dit is nog onvoldoende en tegelijkertijd onoverzichtelijk voor de ouders. Een jeugdbeschermer is noodzakelijk om regie te houden op de hulpverlening en ter ondersteuning van de ouders bij praktische zaken.

De standpunten

De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het verzoek van de Raad. Het is belangrijk dat [naam kind] de ruimte krijgt om zich te ontwikkelen en zijn achterstanden op te heffen. De reeds aanwezige hulpverlening is hiervoor te weinig. Samen met de ouders zullen doelen worden opgesteld.
Door en namens de ouders is verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. Het raadsrapport doet voorkomen dat het de schuld van de ouders is dat hulpverlening niet adequaat is gebleken, omdat zij geen hulpvraag konden formuleren. Dat is niet terecht. De ouders kunnen prima aangeven waarvoor ze hulp nodig hebben. Er is nog onvoldoende ingezet in het vrijwillig kader. De ouders staan open voor hulpverlening, maar het gedwongen kader is daarbij niet terecht.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Zowel bij de ouders als bij [naam kind] is sprake van een (licht) verstandelijke beperking. Het lukt de ouders daardoor onvoldoende om aan te sluiten bij de behoeften van [naam kind], in te zien wat hij nodig heeft en hem daarin voldoende te stimuleren. Bij [naam kind] is op meerdere gebieden (sociaal, emotioneel, communicatief en praktisch) sprake van een aanzienlijke ontwikkelingsachterstand, die ondanks de inzet van verschillende vormen van hulpverlening, niet is verbeterd. De ouders zijn ambivalent in het accepteren van hulpverlening. Enerzijds geven zij aan open te staan voor hulpverlening, anderzijds uiten zij weerstand jegens de hulpverlening. De ouders ervaren de hulpverlening als bedreiging en straf. Mogelijk dat de ouders hierin overvraagd worden en daardoor het overzicht verliezen. Dit is geen verwijt aan de ouders; het lijkt er op dat niet de juiste hulpverlening is ingezet en dat de ouders onvoldoende zijn gehoord door de hulpverleners. Hulpverlening voor de ouders en voor [naam kind] is op geen enkele wijze te kwalificeren als straf, maar is juist in het belang van [naam kind]. Er wordt ook niet getwijfeld aan de betrokkenheid en liefde van de ouders voor [naam kind]. De hulpverlening die tot nu toe is ingezet in het vrijwillige kader heeft niet tot het gewenste resultaat geleid. Het is in het belang van [naam kind] dat hierin snel verandering komt en dat hij kan profiteren van de ingezette hulpverlening en ondersteuning van het gezin. Een ondertoezichtstelling is noodzakelijk om deze verandering te bewerkstelligen en zicht te verkrijgen op de opvoedvaardigheden van de ouders en in kaart te brengen welke hulpverlening er exact nodig is. Het is van belang dat een jeugdbeschermer hierbij de regie neemt, zodat de ouders ondersteund en ontlast worden en niet worden overvraagd of overbelast. Dit komt de ontwikkeling van [naam kind] ten goede.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal [naam kind] daarom onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:
stelt [naam kind] onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, met ingang van 23 juli 2021 tot 23 juli 2022;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2021 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 augustus 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.