Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
“Er is dan verder geen referentie naar de voorgaande en toekomstige indexatieclausule, dus ook geen verdere verrekening benodigd.”
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een geschil tussen verhuurder en huurder over een geliberaliseerde woonruimte. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst wegens huurachterstand en onrechtmatig gebruik van een deel van de woning als winkelruimte. Daarnaast werd een redelijke huurverhoging gevorderd.
De huurder erkende een huurachterstand en het gebruik van een deel van de woning als winkel, maar stelde dat er toestemming was gegeven en dat de tekortkomingen niet ernstig genoeg waren voor ontbinding. De rechtbank oordeelde dat het woonbelang van de huurder, mede vanwege haar persoonlijke omstandigheden, zwaarder woog dan het belang van de verhuurder. De tekortkomingen waren onvoldoende ernstig om ontbinding te rechtvaardigen.
De primaire vorderingen tot ontbinding en ontruiming werden afgewezen. De huurder werd veroordeeld tot betaling van de erkende huurachterstand en buitengerechtelijke kosten. Subsidiair werd bepaald dat de huurverhoging via een deskundige moet worden vastgesteld, waarbij de huurder de mogelijkheid krijgt om zich uit te laten over de voorgestelde deskundigen. De zaak werd aangehouden voor verdere beslissing.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij geschillen over geliberaliseerde huurprijzen en het gebruik van woonruimte, waarbij het woonbelang van de huurder zwaar meeweegt.
Uitkomst: De ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen; huurachterstand en kosten worden toegewezen; huurprijs wordt vastgesteld via deskundige.