Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam gedaagde 3],
1..De procedure
- de dagvaarding van 28 juli 2021 en het herstelexploot van 2 augustus 2021, met producties en aanvullende producties;
- de akte houdende eis in reconventie van [naam gedaagde 2] ;
- de producties en aanvullende producties van [gedaagden]
- de mondelinge behandeling gehouden op 9 augustus 2021;
- de pleitnota van Ingomar;
- de pleitnota van [gedaagden]
2..De feiten
Ik sta er niet onwelwillend tegenover om te onderzoeken of het mogelijk is dat een andere partij mijn aandeel in Ingomar over te laten nemen. Het spreekt dan voor zich dat ik de opbrengsten daarvan zal aanwenden om de door jou verstrekte lening terug te betalen.”
Onjuist is dat Ingomar een lening heeft verstrekt aan [naam gedaagde 2] (randnummer 39 van dagvaarding). [naam gedaagde 2] is op de overeenkomst van geldlening niet aangemerkt als geldnemer.
- € 9.962,03 ter zake van vervoer (ro. 5.10)
- € 12.351,17 ter zake van stalling tot en met februari 2020 (ro. 5.11)
Ingomar vordert ten slotte dat het bedrag van de lening ten laste van het aandeel van [naam gedaagde 2] in de verkoopopbrengst wordt gebracht. Hiervoor is geen deugdelijke grondslag gesteld. Van een gemeenschapsschuld is geen sprake. Bovendien betwist [naam gedaagde 2] gemotiveerd dat de geldlening aan haar is verstrekt.