ECLI:NL:RBROT:2021:8141
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling wegens overtreding voorwaarden en hoog recidiverisico
De veroordeelde was eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar, waarvan hij op 11 augustus 2020 voorwaardelijk in vrijheid werd gesteld onder strikte voorwaarden, waaronder ambulante behandeling en een verbod op middelengebruik. Na eerdere herroeping en uitstel werd hij op 29 januari 2021 opnieuw voorwaardelijk vrijgelaten met een strafrestant van 332 dagen.
Het Openbaar Ministerie diende op 8 juli 2021 een vordering in tot gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wegens het niet naleven van de voorwaarden. De reclassering rapporteerde dat de veroordeelde zich niet aan de huisregels van de FPA hield, personeel bedreigde en agressief gedrag vertoonde, waardoor de veiligheid niet meer kon worden gegarandeerd.
De veroordeelde en zijn raadsvrouw verzochten afwijzing of aanhouding van de zaak, stellende dat de herroeping disproportioneel zou zijn en twijfel bestond over de overtreding van voorwaarden. De rechtbank oordeelde echter dat het hoge risico op recidive onvoldoende beperkt kon worden door het ontbreken van effectieve behandeling, mede door het gedrag van de veroordeelde zelf.
De rechtbank besloot de vordering toe te wijzen en gelastte dat de veroordeelde de resterende 120 dagen gevangenisstraf moet ondergaan, of korter indien hij geplaatst kan worden bij Ipse de Bruggen of een vergelijkbare instelling. Tevens werd een spoedige intake bij deze instelling gelast om plaatsing te bespoedigen.
Uitkomst: De voorwaardelijke invrijheidstelling wordt herroepen en de veroordeelde moet 120 dagen gevangenisstraf ondergaan.