De rechtbank Rotterdam behandelde op 20 juli 2021 het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarigen, geboren in 2005, 2010 en 2012, die allen verblijven bij de grootouders aan vaderszijde. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar is vanwege verslavingsproblematiek niet betrokken bij de zorg en opvoeding.
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de maatregelen voor alle drie de kinderen, terwijl de Raad voor de Kinderbescherming een afzonderlijk verzoek indiende voor twee van de kinderen wegens te late indiening door de GI. De kinderrechter constateerde dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd door complexe echtscheidingsproblematiek, huiselijk geweld en loyaliteitsconflicten binnen het gezin.
De kinderen verblijven in een veilige en gestructureerde omgeving bij de grootouders. De vader is betrokken en woont nabij. De moeder is opgenomen voor haar verslaving en heeft geen contact met de kinderen. De rechtbank oordeelde dat verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
Het verzoek van de GI voor twee minderjarigen werd afgewezen wegens niet tijdige indiening conform het procesreglement. De ondertoezichtstelling en machtiging voor de oudste minderjarige werden verlengd tot 20 juli 2022, evenals de maatregelen voor de twee jongere kinderen, die eveneens onder toezicht worden gesteld en geplaatst blijven bij de grootouders. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.