In deze zaak staat de vraag centraal welk bedrag aan servicekosten over 2017 verschuldigd is door de huurder aan Woonstad voor water, warmte en elektra. De rechtbank beoordeelt afzonderlijk de posten water, warmte en elektra aan de hand van meterstanden, verbruiksgegevens en onderbouwingen van beide partijen.
De rechtbank oordeelt dat het waterverbruik van 114 m³ in 2017 aannemelijk is, ondanks het hogere verbruik ten opzichte van voorgaande jaren, vanwege metervervanging. Voor warmte wordt het verbruik vastgesteld op 23,34 GJ, waarbij de berekening van de huurder wordt gevolgd vanwege onvoldoende onderbouwing door Woonstad. Voor elektra wordt het verbruik vastgesteld op 2437 kWh, de gunstigste meterstanden voor de huurder.
Woonstad mocht in totaal € 1.372,11 aan servicekosten in rekening brengen, terwijl de huurder € 1.520,99 betaalde. De rechtbank veroordeelt Woonstad tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag van € 148,88 plus wettelijke rente, en tot terugbetaling van ten onrechte in rekening gebrachte administratiekosten en gemeenschappelijke kosten. De proceskosten worden gecompenseerd.