Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Procesverloop
- cliënte met haar hiervoor genoemde advocaat;
- [naam arts] , arts, verbonden aan Aafje; en
- [naam zoon betrokkene] , zoon van betrokkene.
Rechtbank Rotterdam
Het CIZ verzocht de rechtbank Rotterdam om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënte met een psychogeriatrische aandoening, wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De burgemeester had reeds een last tot inbewaringstelling genomen.
Tijdens de mondelinge behandeling, die via beeld- en geluidverbinding plaatsvond, werd vastgesteld dat cliënte vermoedelijk lijdt aan dementie met forse oordeels- en kritiekstoornissen, desoriëntatie en confabulaties. Zij veroorzaakte gevaarlijke situaties, zoals brandgevaar door roken binnenshuis en het aan laten staan van gas. Cliënte weigerde vrijwillige opname en heeft geen ziektebesef.
De advocaat voerde aan dat cliënte in staat was voor zichzelf en haar echtgenoot te zorgen, maar dit werd verworpen. De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen, omdat cliënte niet meer in staat is tot zelfzorg en de familie niet kan zorgen. De machtiging werd verleend voor zes weken, met de opdracht te zoeken naar een gezamenlijke woonplek voor cliënte en haar echtgenoot.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.