Art. 6:4 WvggzArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toekenning zorgmachtiging op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens schizofrenie en weigering medicatie
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en zwakbegaafdheid. Betrokkene vertoont ernstig nadeel door zijn psychische stoornis, waaronder levensgevaar en agressief gedrag, en weigert vrijwillig zorg en medicatie.
Tijdens de mondelinge behandeling, die via beeld- en geluidverbinding plaatsvond, werd vastgesteld dat betrokkene stabieler is geworden door medicatiegebruik, maar zonder verplichte zorg het risico bestaat op psychotische decompensatie en ernstig nadeel. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar omdat betrokkene geen ziekte-inzicht heeft en medicatie alleen accepteert onder dwang.
De rechtbank acht het noodzakelijk om verplichte zorg toe te passen, waaronder het toedienen van medicatie, beperking van bewegingsvrijheid tijdens opname, toezicht en opname voor medicatietoediening bij weigering. Andere gevraagde maatregelen zoals toediening van vocht en voeding en insluiting worden niet toegewezen wegens onvoldoende motivatie.
De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden, ingaande op de dag van uitspraak, en sluit aan op een lopende machtiging. Hiermee wordt beoogd de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en zijn autonomie zoveel mogelijk te herstellen.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel door schizofrenie en medicatieweigering te voorkomen.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/621257 / FA RK 21-5006
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 20 juli 2021 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende en thans verblijvende te Rotterdam,
advocaat mr. W.L. Catsman te Rotterdam.
1..Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van de officier, ingekomen ter griffie op 1 juli 2021; en
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 27 juni 2021;
- de niet-ondertekende zorgkaart van 8 juni 2021;
- het niet-ondertekende zorgplan van 27 mei 2021;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
- de relevante strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene; en
- het bericht dat er geen relevante politiegegevens van betrokkene zijn.
- het proces-verbaal van 13 juli 2021.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 juli 2021.
Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 vanPro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
betrokkene en zijn hiervoor genoemde advocaat; en
[naam verpleegkundige] , verpleegkundige, verbonden aan Antes.
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2..Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie. Daarnaast is betrokkene bekend met zwakbegaafdheid.
2.2.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige immateriële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Betrokkene heeft paranoïde wanen. De stemming is boos, geagiteerd, dysfoor en soms nog angstig. Hij neemt soms een dreigende of achterdochtige houding aan. Betrokkene heeft in augustus 2020 vanuit een psychose fysiek geweld gebruikt naar anderen. Hiervoor is hij op 18 maart jl. door de rechtbank veroordeeld voor poging tot doodslag. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de verpleegkundige dat betrokkene het afgelopen half jaar tot een stabiele situatie is gekomen door het consequente gebruik van zijn medicatie. Momenteel krijgt betrokkene eenmaal per twee weken depotmedicatie toegediend in de accommodatie van Antes. Het is van essentieel belang is dat betrokkene zijn medicatie blijft accepteren ter voorkoming van ernstig nadeel.
2.3.
Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.
Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Er is geen sprake van ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene meent niet ziek te zijn en ontkent eerdere psychoses. Hij geeft regelmatig aan te willen vluchten naar Suriname. De verpleegkundige verklaart ter zitting dat hij het voorzienbaar acht dat betrokkene zijn medicatie zonder zorgmachtiging opnieuw zal weigeren omdat hij meermaals heeft aangegeven zich te willen onttrekken aan noodzakelijke zorg. Daarnaast heeft betrokkene aangegeven zijn medicatie enkel te accepteren omdat dit verplicht is gesteld middels een zorgmachtiging. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.5.
Ten aanzien van de verzochte verplichte zorg overweegt de rechtbank het volgende. Uit de toelichting van de wetgever blijkt dat in een zorgmachtiging sprake kan zijn van drie gradaties van verplichte zorg. Allereerst kan de reguliere verplichte zorg opgenomen worden in de zorgmachtiging waarvan de zorgverantwoordelijke steeds gebruik mag maken. Ten tweede kan in de zorgmachtiging worden opgenomen welke zorg in crisissituaties mag worden gegeven – niet te verwarren met verplichte zorg in noodsituaties. Verplichte zorg in noodsituaties komt immers op de derde plaats in het drietrapsmodel. Wanneer de zorgmachtiging niet in de noodzakelijke zorg voorziet, kan in noodsituaties verplichte zorg worden verleend voor drie dagen, waarna een wijzigingsverzoek kan worden gedaan door de officier. Per geval moet worden beoordeeld welke verplichte zorg continu gegeven mag worden, welke zorg in crisissituaties gegeven mag worden en welke zorg niet wordt opgenomen in de zorgmachtiging en waar slechts in noodsituaties gebruik van mag worden gemaakt. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
‘Reguliere verplichte zorg’
De rechtbank acht de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie; en
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudend dat betrokkene ambulant behandelcontact toelaat en ambulante behandelafspraken nakomt.
‘Verplichte zorg in crisissituaties’
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat het kan voorkomen dat betrokkene zijn medicatie staakt. In dat geval bestaat er een aanzienlijk risico dat hij psychotisch decompenseert, wat resulteert in het vertonen van toenemend paranoïde, waanachtig, geagiteerd en verbaal agressief gedrag naar anderen. Uit het verleden is gebleken dat betrokkene bij psychotische decompensatie verward overkomt, zichzelf isoleert, gaat zwerven, tegen zichzelf praat en verbale agressie vertoont naar anderen. Ter zitting verklaart de verpleegkundige dat betrokkene in dat geval opnieuw zal moeten worden opgenomen om de medicatie alsnog toe te dienen ter voorkoming van voormeld ernstig nadeel. In crisissituaties mag daarom binnen de komende twaalf maanden gebruik worden gemaakt van de volgende vormen van verplichte zorg:
- het beperken van de bewegingsvrijheid, gedurende een opname;
het uitoefenen van toezicht op betrokkene, gedurende een opname; en
het opnemen in een accommodatie, enkel voor de duur van het toedienen van medicatie wanneer betrokkene zijn medicatie weigert.
‘Overige verzochte verplichte zorg’
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding, het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen en het insluiten, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd.
2.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal aansluitend op de lopende zorgmachtiging worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden met ingang van vandaag.
3..Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 juli 2022;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 20 juli 2021 mondeling gegeven door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin, rechter, in tegenwoordigheid van G. de Man, griffier, en op 23 juli 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.