Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
ENVIEM RETAIL B.V.,
wonende te [woonplaats 1] (DUITSLAND) en zaakdoende te [woonplaats 2]
1.De procedure
2.De standpunten
3.De beoordeling
4.De beslissing
[naam] h.o.d.n. [bedrijf], voornoemd in staat van faillissement;
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van ENVIEM RETAIL B.V. tot faillietverklaring van een ondernemer die woonachtig is in Duitsland maar zijn onderneming in Nederland voert. Verweerder deed een beroep op de Tijdelijke wet COVID-19 SZW en JenV om de faillissementsprocedure aan te houden vanwege de financiële gevolgen van de pandemie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij vóór de uitbraak van COVID-19 over voldoende liquide middelen beschikte en dat zijn omzet met ten minste 20% was gedaald. Verweerder had geen omzetgegevens over de drie maanden voorafgaand aan de uitbraak overlegd en had bovendien nieuwe werknemers aangenomen ondanks de financiële problemen.
Gelet op het ontbreken van bewijs voor de vereiste voorwaarden van de Betalingsuitstelwet wees de rechtbank het verzoek tot aanhouding af. Vervolgens stelde de rechtbank vast dat verweerder meerdere opeisbare schulden onbetaald had gelaten en dat er sprake was van pluraliteit van schuldeisers. Daarom werd het faillissement uitgesproken en een curator benoemd.
Uitkomst: Het faillissement van verweerder wordt uitgesproken en het verzoek tot aanhouding van de procedure wordt afgewezen.