Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Rotterdam om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, Alzheimer, die verblijft in een zorginstelling. De burgemeester had eerder een last tot inbewaringstelling genomen wegens ernstig dreigend nadeel.
Tijdens de mondelinge behandeling, die via beeld- en geluidverbinding plaatsvond, werden cliënt, zijn advocaat, een specialist ouderengeneeskunde en een verpleegkundige gehoord. Uit de medische verklaringen en getuigenissen bleek dat cliënt ernstige geheugenstoornissen, desoriëntatie, valgevaar en wisselende stemmingen vertoont, wat leidt tot vijandig gedrag en overbelasting van het steunsysteem.
De verpleegkundige en specialist benadrukten dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is om ernstig lichamelijk letsel te voorkomen en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn. Cliënt verzette zich tegen de voortzetting. De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke criteria was voldaan en verleende de machtiging voor zes weken, tot en met 20 september 2021.