ECLI:NL:RBROT:2021:8268
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen sluiting winkelpand en vergunningplicht op grond van Opiumwet en Apv
Eiseres is eigenaar van een winkelpand in Rotterdam dat op grond van artikel 13b van de Opiumwet is gesloten vanwege de aanwezigheid van stoffen en goederen die worden gebruikt voor de productie van harddrugs. Na eerdere sluiting in 2018 volgde in 2019 een nieuwe doorzoeking waarbij opnieuw dergelijke middelen werden aangetroffen. Verweerder, de burgemeester van Rotterdam, heeft daarop het pand voor negen maanden gesloten en het pand vergunningplichtig verklaard op grond van de Algemene plaatselijke verordening (Apv).
Eiseres betwist de duur van de sluiting en de bevoegdheid tot het opleggen van een vergunningplicht. Zij voert aan dat er geen sprake is van recidive, dat het eerdere besluit niet geëffectueerd is en dat de vergunningplicht niet voldoende is gemotiveerd en niet in de beleidslijn is opgenomen. De rechtbank oordeelt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en vergunningplicht, dat de eerdere sluiting meegewogen mocht worden bij de duur van de sluiting en dat de vergunningplicht gerechtvaardigd is ter bescherming van de leefbaarheid en openbare orde.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de sluiting van negen maanden en de vergunningplicht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van het winkelpand en de vergunningplicht wordt ongegrond verklaard.