ECLI:NL:RBROT:2021:8276

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 juli 2021
Publicatiedatum
23 augustus 2021
Zaaknummer
C/10/622199 / FA RK 21-5448
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken onmiddellijk dreigend ernstig nadeel

De officier van justitie verzocht op 16 juli 2021 om voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die opgenomen is met een psychotisch toestandsbeeld na cannabisgebruik.

Tijdens de mondelinge behandeling op 19 juli 2021 werd betrokkene en zijn advocaat gehoord, evenals een arts van de instelling waar betrokkene verblijft. De arts gaf aan dat betrokkene langdurige zorg nodig heeft om ernstig nadeel te voorkomen, hoewel de psychose deels verbleekt is.

Betrokkene stelde dat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel op andere wijze kan worden afgewend, omdat hij niet naar huis zal terugkeren maar tijdelijk bij zijn zus gaat wonen vanwege een voorgenomen echtscheiding.

De rechtbank oordeelde dat hierdoor geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en wees het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/622199 / FA RK 21-5448
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 19 juli 2021 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Antes, locatie [locatie] te Poortugaal,
advocaat mr. Ch.J. Nicolaï te Schiedam.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 16 juli 2021, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 15 juli 2021 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van
  • de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
  • de relevante politiegegevens van betrokkene; en
  • het bericht dat er geen relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 juli 2021.
Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam arts] , arts, verbonden aan Antes.
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Betrokkene is opgenomen met een psychotisch toestandsbeeld, waarbij hij in de thuissituatie agressief gedrag heeft getoond richting zijn echtgenote en zijn minderjarige kinderen. De arts verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat betrokkene de afgelopen periode een aantal keren is opgenomen met een psychotisch toestandsbeeld na het gebruik van cannabis. Hij knapte daarvan snel op, waarna hij met ontslag ging, maar hij werd soms binnen een dag weer opgenomen met hetzelfde toestandsbeeld. De psychose is op dit moment deels verbleekt na het stoppen van cannabis maar nog wel aanwezig. Zij acht langdurige zorg nodig om ernstig nadeel te voorkomen.
2.2.
Namens betrokkene wordt gesteld dat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel op andere wijze kan worden afgewend en dat om die reden het verzoek dient te worden afgewezen. Betrokkene zal, indien hij met ontslag gaat, niet terugkeren naar huis omdat hij van zijn echtgenote wil scheiden en hij bij zijn zus tijdelijk kan intrekken.
2.3.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Betrokkene is niet van plan terug te keren naar huis en gaat tijdelijk bij zijn zus inwonen. Daarmee wordt het ernstig nadeel – voor zover het al zou bestaan – weggenomen. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

3..Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 19 juli 2021 mondeling gegeven door mr. H.I. Kernkamp-Maathuis, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Smolders, griffier en op 26 juli 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.