Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,
[naam kind 1],
[naam kind 2],
[naam moeder],
Het procesverloop
- de moeder;
- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam].
Rechtbank Rotterdam
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Rotterdam om ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen voor respectievelijk twaalf en zes maanden. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en stemde in met het verzoek. De oudste heeft een verstandelijke beperking en verblijft in een residentiële setting waar hij 24-uurs zorg krijgt. De jongste kampt met gedragsproblematiek en verblijft in een uitwijkhuis.
Door de coronamaatregelen viel de hulpverlening grotendeels weg, wat leidde tot overbelasting van de moeder en het vrijwillig uithuisplaatsen van de oudste. De vrijwillige hulpverlening bleek onvoldoende om grip te krijgen op de situatie van beide kinderen. De rechtbank oordeelde dat de ontwikkelingsbedreiging ernstig is en dat gedwongen maatregelen noodzakelijk zijn.
De kinderrechter stelde de kinderen onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond en verleende machtiging tot uithuisplaatsing voor de gevraagde termijnen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden bestreden door belanghebbenden via hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank stelde de kinderen onder toezicht en verleende machtiging tot uithuisplaatsing voor de gevraagde termijnen wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging.