ECLI:NL:RBROT:2021:8370

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 juli 2021
Publicatiedatum
25 augustus 2021
Zaaknummer
18.884 EA
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 1 FwArt. 350 lid 3 sub a FwArt. 354 FwArt. 358 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schone lei aan gedupeerde kinderopvangtoeslagaffaire ondanks tekortkomingen in schuldsaneringsregeling

De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot verlening van de schone lei aan een schuldenares die onder de schuldsaneringsregeling viel sinds 2018. De bewindvoerder rapporteerde tekortkomingen in de nakoming van sollicitatie-, informatie- en afdrachtsverplichtingen door schuldenares, met een boedelachterstand van €183,82.

Schuldenares en haar partner zijn erkend als gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire. De Belastingdienst heeft een bedrag van €30.000 gestort op de beheerrekening en heeft schriftelijk bevestigd de geverifieerde schulden te zullen betalen. De rechtbank constateerde dat ondanks de tekortkomingen, deze gezien de bijzondere omstandigheden en geringe betekenis buiten beschouwing kunnen blijven.

De rechtbank oordeelde dat de schone lei kan worden verleend omdat schuldeisers niet worden benadeeld en de schulden door de Belastingdienst worden voldaan. De schuldsaneringsregeling eindigt zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. De financiële afwikkeling volgt na betaling door de Belastingdienst. De rechtbank stelde tevens het salaris van de bewindvoerder vast.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.

Uitkomst: De rechtbank verleent de schone lei aan schuldenares ondanks tekortkomingen, vanwege de garantie van de Belastingdienst en de status als gedupeerde.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
verlening schone lei
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 30 juli 2021
Bij vonnis van deze rechtbank van 19 juli 2018 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenares] ,
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
schuldenares,
bewindvoerder: T.P.F. Eisses.

1..De procedure

De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht op 19 april 2021. Op 20 mei 2021, 4 juni 2021, 15 en 16 juli 2021 en op 22 juli 2021 heeft de bewindvoerder de rechtbank nader bericht.
De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting van 23 juli 2021.
Ter zitting zijn verschenen en gehoord:
  • mevrouw [schuldenares] , schuldenares;
  • de heer [partner schuldenares] , partner van schuldenares;
  • de heer T.P.F. Eisses, bewindvoerder.
De uitspraak is bepaald op heden.

2..Standpunten

Bewindvoerder
In het eindverslag heeft de bewindvoerder te kennen dat schuldenares is tekortgeschoten in de nakoming van de sollicitatieverplichting, informatieverplichting en afdrachtsverplichting. Schuldenares heeft tot 31 december 2019 niet gesolliciteerd. De boedelachterstand die schuldenares heeft laten ontstaan bedraagt € 183,82.
In zijn bericht aan de rechtbank van 22 juli 2021 heeft de bewindvoerder zich op het standpunt gesteld, dat aangezien schuldenares als gedupeerde is aangemerkt in het kader van de toeslagenaffaire en de Belastingdienst zich garant heeft gesteld voor de betaling van de geverifieerde schuldenlast, schuldeisers niet worden benadeeld door eventuele tekortkomingen in de nakoming van de verplichtingen van schuldenares. Zodra de betalingen aan de schuldeisers zijn verricht, staat zijns inziens niets meer in de weg aan de verlening van de schone lei.
Schuldenares
Schuldenares heeft verklaard dat haar partner en zij inderdaad zijn aangemerkt als gedupeerden van de toeslagenaffaire en dat een bedrag van € 30.000,-- inmiddels door de Belastingdienst op de beheerrekening van de beschermingsbewindvoerder is gestort. Schuldenares en haar partner hebben tezamen eenmaal een bedrag van € 30.000 ontvangen van de Belastingdienst in dit kader. Zij hebben beiden een garantiebrief ontvangen, aldus schuldenares.
Desgevraagd heeft schuldenares ter zitting bevestigd dat zij begrijpt dat als de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd met toekenning van een schone lei, zij niet het voordeel geniet van een beëindiging op grond van artikel 350 lid 1 en Pro 3 sub a Faillissementswet (hierna: Fw), namelijk dat zij binnen tien jaar na beëindiging van de schuldsaneringsregeling opnieuw een beroep op de wettelijke schuldsaneringsregeling kan doen. Schuldenares heeft aangegeven dat zij ervan overtuigd is dat zij niet opnieuw in een schuldensituatie terecht zal komen. Daarnaast heeft zij een beschermingsbewindvoerder.

3..De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat schuldenares weliswaar toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten maar dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard dan wel geringe betekenis buiten beschouwing blijft. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen.
De rechtbank constateert voorts dat schuldenares en haar partner door de Belastingdienst zijn aangemerkt als gedupeerden van de kinderopvangtoeslag-affaire. De Belastingdienst heeft schriftelijk bevestigd dat hij de geverifieerde schulden van schuldenares zal betalen. Blijkens het Besluit compensatie gedupeerden in schuldentraject van de Staatssecretaris van Financiën van 28 mei 2021, in werking getreden met ingang van 2 juni 2021, zal met de betaling van de schulden nog geruime tijd gemoeid zijn (volgens het Besluit na indiening van de aanvraag daartoe door de bewindvoerder nog (maximaal) acht weken).
Ten tijde van het wijzen van het vonnis zijn de schulden nog niet betaald zodat van een situatie van artikel 350 lid 1 en Pro 3 sub a Fw (nog) geen sprake is.
De rechtbank volgt de bewindvoerder in zijn standpunt dat er sprake is van een tekortkoming in sollicitatieverplichting, informatieverplichting en afdrachtsverplichting. De rechtbank is echter van oordeel dat deze tekortkomingen niet in de weg staan aan het verlenen van de schone lei, nu schuldenares is aangemerkt als gedupeerde in de kinderopvangtoeslagaffaire en de Belastingdienst heeft bevestigd dat zij de geverifieerde schulden van schuldenares zal betalen.
Voorts heeft schuldenares blijk gegeven van inzicht in de gevolgen van beëindiging van de schuldsaneringsregeling door middel van de “schone lei” (in plaats van op grond van artikel 350 lid 1 en Pro 3 sub a Fw op termijn) en de duur van de schuldsaneringsregeling reeds is verstreken, ziet de rechtbank aanleiding om aan schuldenares de schone lei te verlenen.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
De financiële afwikkeling van de schuldsaneringsregeling kan pas plaatsvinden zodra de geverifieerde schulden en de kosten van de schuldsaneringsregeling door de Belastingdienst zijn voldaan. De verificatievergadering staat gepland voor 30 juli 2021. Zodra de bewindvoerder uit de betaling van de Belastingdienst alle geverifieerde schulden en de kosten van de schuldsaneringsregeling kan voldoen zal de bewindvoerder daartoe overgaan. Vervolgens kan de schuldsaneringsregeling formeel worden beëindigd. Dit is ter zitting met schuldenares besproken.

4..De beslissing

De rechtbank:
  • stelt vast dat schuldenares toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en bepaalt dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard dan wel geringe betekenis buiten beschouwing blijft;
  • bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 19 juli 2021;
  • verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal
€ 3.331,77.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van mr. K. de Ridder, griffier in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2021. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.