ECLI:NL:RBROT:2021:8386
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging termijn schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen en nieuwe schulden
Bij vonnis van 7 juni 2018 is de schuldsaneringsregeling toegepast op schuldenares. Tijdens de procedure bleek dat schuldenares tekort was geschoten in de nakoming van haar afdrachtsverplichting met een bedrag van € 2.590,59. Tevens zijn er nieuwe schulden aan de Belastingdienst ontstaan ter hoogte van € 3.611,00.
De bewindvoerder stelde een verlenging van de regeling voor om schuldenares in staat te stellen de boedelachterstand en nieuwe schulden af te lossen. De beschermingsbewindvoerder stemde hiermee in. De rechtbank oordeelde dat de tekortkomingen, voor zover verwijtbaar, niet zonder consequenties kunnen blijven en besloot de regeling te verlengen met vijftien maanden, tot 7 september 2022.
Tijdens de verlenging geldt dat schuldenares alleen de minimale boedelbijdrage verschuldigd is, bestaande uit het bewindvoerdersalaris over het inkomen boven het vrij te laten bedrag. De overige afloscapaciteit dient te worden ingezet voor het aflossen van de boedelachterstand en nieuwe schulden. De inspannings- en sollicitatieverplichting zijn gedurende deze periode niet van toepassing, terwijl de informatieverplichting wordt beperkt tot het informeren over de aflossing van schulden. De verplichting om geen nieuwe schulden te maken blijft onverminderd van kracht.
De rechtbank benadrukt dat ook tijdens de verlenging verkregen vermogensbestanddelen in de boedel vallen conform artikel 295 van Pro de Faillissementswet. Tegen dit vonnis staat hoger beroep open binnen acht dagen, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de schuldsaneringsregeling met vijftien maanden en past de verplichtingen van schuldenares aan.