Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2021:8386

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 juli 2021
Publicatiedatum
26 augustus 2021
Zaaknummer
17.722 EA
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 295 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging termijn schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen en nieuwe schulden

Bij vonnis van 7 juni 2018 is de schuldsaneringsregeling toegepast op schuldenares. Tijdens de procedure bleek dat schuldenares tekort was geschoten in de nakoming van haar afdrachtsverplichting met een bedrag van € 2.590,59. Tevens zijn er nieuwe schulden aan de Belastingdienst ontstaan ter hoogte van € 3.611,00.

De bewindvoerder stelde een verlenging van de regeling voor om schuldenares in staat te stellen de boedelachterstand en nieuwe schulden af te lossen. De beschermingsbewindvoerder stemde hiermee in. De rechtbank oordeelde dat de tekortkomingen, voor zover verwijtbaar, niet zonder consequenties kunnen blijven en besloot de regeling te verlengen met vijftien maanden, tot 7 september 2022.

Tijdens de verlenging geldt dat schuldenares alleen de minimale boedelbijdrage verschuldigd is, bestaande uit het bewindvoerdersalaris over het inkomen boven het vrij te laten bedrag. De overige afloscapaciteit dient te worden ingezet voor het aflossen van de boedelachterstand en nieuwe schulden. De inspannings- en sollicitatieverplichting zijn gedurende deze periode niet van toepassing, terwijl de informatieverplichting wordt beperkt tot het informeren over de aflossing van schulden. De verplichting om geen nieuwe schulden te maken blijft onverminderd van kracht.

De rechtbank benadrukt dat ook tijdens de verlenging verkregen vermogensbestanddelen in de boedel vallen conform artikel 295 van Pro de Faillissementswet. Tegen dit vonnis staat hoger beroep open binnen acht dagen, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de schuldsaneringsregeling met vijftien maanden en past de verplichtingen van schuldenares aan.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
verlenging termijn schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 30 juli 2021
Bij vonnis van deze rechtbank van 7 juni 2018 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenares] ,
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
schuldenares,
bewindvoerder: mr. F.F. Vriend-Vrolijk.

1..De procedure

De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting (pro forma). De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht.

2..De standpunten

In de laatste stand van zaken van 22 juli 2021 heeft de plaatsvervangend bewindvoerder kenbaar gemaakt dat er binnen de schuldsaneringsregeling sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de afdrachtsverplichting van € 2.590,59. Daarnaast is er sprake van een aantal nieuw schulden aan de Belastingdienst van totaal € 3.611,00 (€ 485,00 en € 778,00 ZT 2017 en € 2.348,00 ZT 2019).
De bewindvoerder heeft een verlenging van de schuldsaneringsregeling voorgesteld, voor een periode van vijftien maanden, zodat schuldenares de boedelachterstand kan inlopen en de nieuwe schulden kan betalen.
De beschermingsbewindvoerder heeft, namens schuldenares, bij emailbericht van 22 juli 2021 kenbaar gemaakt aan de bewindvoerder dat hij akkoord gaat met een verlenging van de looptijd van de schuldsaneringsregeling van vijftien maanden. De plaatsvervangend bewindvoerder heeft de rechtbank hierover in kennis gesteld op 22 juli 2021.

3..De beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat schuldenares tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Vast is komen te staat dat er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de afdrachtsverplichting van € 2.590,59. Daarnaast is vast komen te staan dat er sprake is van een aantal nieuw schulden aan de Belastingdienst van tezamen € 3.611,00.
Voorts is de rechtbank van oordeel dat die tekortkomingen – voor zover verwijtbaar – niet zonder consequenties kunnen blijven. De rechtbank zal daarom, ter compensatie, de termijn van de schuldsaneringsregeling verlengen voor een periode van vijftien maanden. Gedurende de verlenging zal schuldenares slechts de minimale boedelbijdrage (het bewindvoerdersalaris) verschuldigd zijn van (het deel van) het inkomen boven het vrij te laten bedrag. De resterende afloscapaciteit dient zij in te zetten voor het inlossen van de boedelachterstand en de nieuwe schulden. Gedurende de verlenging zal de inspanningsverplichting/sollicitatieverplichting niet van toepassing zijn. De informatieverplichting zal gedurende de verlenging beperkt zijn tot het verstrekken van informatie omtrent het inlossen van de boedelachterstand en nieuwe schulden. De verplichting om geen nieuwe schulden te maken zal gedurende de verlenging onverkort van kracht zijn.
Benadrukt wordt dat op grond van de wet (artikel 295 Faillissementswet Pro) ook vermogensbestanddelen die schuldenares tijdens de verlenging verkrijgt in de boedel vallen.
Gelet op het voorgaande zal als volgt worden beslist.
BESLISSING
De rechtbank:
- wijzigt de termijn van de schuldsaneringsregeling, in die zin dat deze drie jaar en drie maanden bedraagt en daarmee eindigt op 7 september 2022;
- bepaalt dat gedurende de verlenging:
 de inspanningsverplichting/sollicitatieverplichting niet van toepassing is
 de afdracht verplichting beperkt is tot betaling van het bewindvoerdersalaris van (het deel van) het inkomen boven het vrij te laten bedrag en dat de afloscapaciteit voor het overige kan worden ingezet voor het aflossen van de boedelachterstand ten bedrage van € 2.590,59 en nieuwe schulden aan de Belastingdienst ten bedrage van totaal € 3.611,00;
 de informatieverplichting beperkt is tot het informeren over het inlossen van de boedelachterstand en nieuwe schulden;
 de verplichting om geen nieuwe schulden te maken onverkort van toepassing blijft.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2021. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.