Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[gedaagde],
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
Roosen en [gedaagde] hebben een geldlening van €10.000,- van [eiseres] ontvangen, met terugbetaling uiterlijk 31 oktober 2019. [Eiseres] vordert betaling van het resterende bedrag inclusief rente en buitengerechtelijke kosten. Roosen en [gedaagde] betwisten dit deels en voeren verweren aan zoals reeds gedane betalingen, blokkering wegens ontbrekende administratie en schulden van [naam bedrijf].
De rechtbank stelt vast dat Roosen en [gedaagde] samen €4.500,- hebben afgelost en dat zij nog €5.500,- verschuldigd zijn. Het beroep op opschorting wordt afgewezen omdat er geen opeisbare vordering op [eiseres] bestaat en onvoldoende onderbouwing is gegeven. Ook het beroep op verrekening met schulden van [naam bedrijf] wordt verworpen, omdat deze schulden aan de rechtspersoon toebehoren en niet aan [gedaagde].
De rechtbank veroordeelt Roosen en [gedaagde] hoofdelijk tot betaling van €6.150,- plus wettelijke rente en incassokosten, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Roosen en [gedaagde] worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €6.150,- plus wettelijke rente en incassokosten.