Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam eiseres],
1..Het verloop van de procedure
2..De beoordeling
“
(…)
3..De beslissing
44236
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure tussen een vereniging als eiseres en een natuurlijke persoon als gedaagde hebben partijen een regeling getroffen die is vastgelegd in een brief van 23 augustus 2021. De regeling houdt in dat gedaagde een bedrag van € 2.550,02 aan eiseres zal voldoen, waarbij een deel van de oorspronkelijke vordering is afgewezen (woonschade). Het resterende bedrag wordt in maandelijkse termijnen van € 50,- betaald.
De kantonrechter heeft op verzoek van partijen deze regeling in een vonnis opgenomen, waardoor de geplande comparitie van partijen op 24 augustus 2021 niet meer hoefde plaats te vinden. Tevens is bepaald dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt en dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.
De procedure omvatte een dagvaarding van 6 april 2021 en een conclusie van antwoord, gevolgd door een tussenvonnis waarin een mondelinge behandeling was bepaald. De schikking is tot stand gekomen na telefonische contacten en schriftelijke bevestiging door partijen en hun gemachtigden. De kantonrechter ziet geen reden om het verzoek tot vastlegging van de regeling in een vonnis te weigeren.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.550,02 in maandelijkse termijnen van € 50,- met afwijzing van verdere vorderingen.