ECLI:NL:RBROT:2021:8432
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling lening en boete na wanbetaling geldleningsovereenkomst
Eiseres, een besloten vennootschap, vordert betaling van openstaande bedragen uit twee geldleningsovereenkomsten met gedaagde. De eerste lening betreft €10.000 met een rente van 3% per jaar en een boetebeding bij wanbetaling. De tweede lening betreft €5.500, waarvan gedaagde betwist partij te zijn.
Gedaagde erkent gedeeltelijk de schuld maar betwist onder meer de hoogte van de rente en boete, en stelt dat de boete onredelijk bezwarend is op grond van de Richtlijn 93/13/EEG en artikel 6:233 BW Pro. De rechtbank oordeelt dat eiseres geen verkoper is in de zin van de Richtlijn en dat het boetebeding als algemene voorwaarde niet onredelijk bezwarend is, maar matigt het boetebeding tot €2.500 vanwege het buitensporige karakter.
De rechtbank wijst de gevorderde hoofdsom, rente en gematigde boete toe voor lening 1, en voor lening 2 een bedrag van €4.198,46 na verrekening van geleverde goederen inclusief BTW. Buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende specificatie. Beslagkosten worden toegewezen, proceskosten worden aan gedaagde opgelegd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande leningen, rente, gematigde boete en proceskosten.