De huurder klaagde over ernstige vocht- en schimmelvorming in haar gehuurde woning en vorderde herstel van de gebreken, een huurprijsvermindering van 50% vanaf maart 2019 en vergoeding van schade aan haar inboedel.
De verhuurder stelde dat de huurder huurachterstand had en vorderde betaling en ontbinding van de huurovereenkomst. Een deskundige werd benoemd die de oorzaak van de vochtproblemen onderzocht en aanbevelingen deed voor herstel.
De rechtbank oordeelde dat de vocht- en schimmelproblematiek voor 80% aan de verhuurder te wijten is en dat de huurder recht heeft op een huurprijsvermindering van 25% vanaf 17 maart 2019 tot herstel. De verhuurder werd veroordeeld de herstelwerkzaamheden uiterlijk 1 december 2021 uit te voeren en een schadevergoeding van €1.500 toe te kennen voor de inboedel. Ontbinding van de huurovereenkomst werd afgewezen wegens het ontbreken van een huurachterstand.
De verhuurder werd tevens veroordeeld in de proceskosten, waaronder de kosten van de deskundige. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.