Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inclusief de gemeente Rotterdam, waarbij een percentage van de vorderingen wordt betaald tegen finale kwijting. De gemeente Rotterdam weigert in te stemmen met deze regeling vanwege toepassing van artikel 60c Participatiewet en het niet volledig nakomen van de inlichtingenplicht door verzoekster.
De rechtbank weegt het belang van de gemeente Rotterdam tegen dat van verzoekster en de overige schuldeisers die wel instemmen. Gezien het aandeel van de gemeente in de totale schuldenlast, de toetsing door een onafhankelijke partij, en de persoonlijke omstandigheden van verzoekster (65 jaar, laaggeschoold, Participatiewet-uitkering), oordeelt de rechtbank dat het voorstel het uiterste is wat verzoekster kan bieden.
De rechtbank stelt vast dat de aangeboden regeling gunstiger is voor de schuldeisers dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, die hogere kosten met zich meebrengt en later uitkeert. Daarom beveelt de rechtbank de gemeente Rotterdam om in te stemmen met het akkoord en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
De gemeente Rotterdam wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot omdat er geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet door een advocaat is bijgestaan. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.