ECLI:NL:RBROT:2021:8627
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot faillietverklaring wegens ontbreken baten en advies tot turboliquidatie
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam 1] heeft op eigen aangifte een verzoek tot faillietverklaring ingediend. Tijdens de zitting is gebleken dat de onderneming is gestopt met haar activiteiten, geen debiteuren, onroerende zaken of personeel heeft en geen baten verwacht kunnen worden. De rechtbank heeft aangeefster verzocht de mogelijkheid van ontbinding via turboliquidatie te onderzoeken.
Na meerdere aanhoudingen en communicatie over de voortgang van dit onderzoek heeft aangeefster de benodigde documenten aan de Kamer van Koophandel verzonden. De rechtbank concludeert dat ondanks het voldoen aan de formele faillissementseisen, het ontbreken van baten betekent dat een curator het faillissement snel zal voordragen tot opheffing, wat leidt tot extra schuldenlast.
Daarom is het belang van aangeefster bij faillietverklaring onvoldoende. De rechtbank verklaart het verzoek niet-ontvankelijk en adviseert ontbinding via artikel 2:19 lid 4 BW Pro, waarbij de vennootschap ophoudt te bestaan zonder baten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot faillietverklaring wegens ontbreken van baten en wordt geadviseerd tot ontbinding via turboliquidatie.