Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om de gemeente Rotterdam te bevelen mee te werken aan een door hem aangeboden schuldregeling. De gemeente Rotterdam weigerde mee te werken vanwege vermeende niet-goedertrouwheid en toepassing van artikel 60c Participatiewet. De rechtbank hield een zitting waarbij de gemeente niet verscheen.
Verzoeker heeft 23 schuldeisers met een totale schuld van €35.220,61 en bood een regeling aan waarbij preferente schuldeisers 8,81% en concurrente schuldeisers 4,4% ontvangen. De regeling is gebaseerd op de NVVK-norm en de afloscapaciteit van verzoeker, die momenteel een Participatiewet-uitkering ontvangt. Schuldhulpverlening bevestigde psychische problemen en afstand tot de arbeidsmarkt, maar ook de motivatie van verzoeker om te werken.
De rechtbank oordeelde dat de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van de gemeente Rotterdam, mede omdat de regeling beter is dan een schuldsaneringsregeling met hogere kosten en latere uitkering. De gemeente Rotterdam werd veroordeeld mee te werken aan de schuldregeling en de procedurekosten werden begroot op nihil. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen.