Verzoeker diende op 10 maart 2021 een verzoek in tot opheffing van zijn faillissement van 16 juni 2020, met gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. De curator gaf op 9 juni 2021 een positief advies over de omzetting. Tijdens de zitting op 26 augustus 2021 werden verzoeker, curator en betrokken begeleiders gehoord.
De rechtbank onderzocht of verzoeker kon worden toegerekend dat hij geen tijdig wsnp-verzoek had ingediend. Geconstateerd werd dat het faillissement niet op eigen aangifte was uitgesproken, geen verificatievergadering had plaatsgevonden en geen beschikking als bedoeld in artikel 137a Fw was gegeven. Verzoeker had de oproepbrieven niet gezien en was niet verschenen bij de faillissementszitting. Ook had zijn mentale gezondheid destijds een negatieve invloed op zijn handelingsbekwaamheid.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker ontvankelijk was in zijn verzoek en dat er geen voldoende grond was om het verzoek tot omzetting af te wijzen. Het faillissement werd opgeheven en de schuldsaneringsregeling werd van toepassing verklaard. Tevens werd het salaris van de curator vastgesteld en een bewindvoerder benoemd.