Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 16 juni 2020;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de man, ingekomen op 5 augustus 2020;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 27 oktober 2020;
- het bericht met bijlagen van de zijde van de man van 4 juni 2021;
- het bericht met bijlagen van de zijde van de man van 7 juni 2021.
- de vrouw met haar advocaat;
- de man met zijn advocaat.
2..De beoordeling
.
- de gemeenschappelijke woning aan het [adres] en de rechten uit de polis van levensverzekering gekoppeld aan de hypothecaire lening worden toegedeeld aan de man, onder de verplichting om de hypothecaire lening voor zijn rekening te nemen en als eigen schuld te voldoen;
- de man neemt als eigen schuld voor zijn rekening het gezamenlijk krediet bij Fideaal met een negatief saldo van € 35.000,-;
- de man neemt als eigen schuld voor zijn rekening de gezamenlijke lening voor de aankoop van de auto van het merk Toyota met een negatief saldo van € 5.000,-;
- de inboedel en bezittingen zijn verdeeld. De vrouw ziet in ruil voor een bedrag van € 1.818,50 voor de eerste aanbetaling op het huurhuis af van verdere claims op bezittingen die na de verhuizing achterblijven in de woning en de kelderbox.
Dit vraagt bijzondere aandacht omdat een aantal zaken niet per direct geregeld kan worden. Ik kan namelijk niet direct het huis en de lening alleen op mijn naam laten zetten omdat de maandlast daarvoor te hoog is. Ik moet daar de komende 3 tot 5 jaar eerst voor sparen. Tot het moment daar is, of eerder als een betere oplossing mogelijk blijkt te zijn, laten wij de hypotheek en de lening op onze beide namen staan.”
- primair voor recht te verklaren althans vast te stellen dat de verdeling van de gemeenschappelijke activa en passiva reeds heeft plaatsgevonden bij overeenkomst van 27 juli 2010 en de inhoud van de in die overeenkomst neergelegde regelingen in een beschikking op te nemen en daarbij te bepalen dat de vrouw aan uitvoering van die afspraken, voor zover nog niet uitgevoerd en voor zover haar medewerking daarvoor nodig is, waaronder de notariële levering van de woning aan de man en de levering van de polis hypotheekspaarverzekering bij Aegon onder polisnummer [polisnummer] aan de man, dient mede te werken, zonder dat zij daarbij aanspraak zal hebben op een uitkering wegens overbedeling, althans
- subsidiair de vermogensrechtelijke afwikkeling en/of de (wijze van) verdeling van de beperkte gemeenschap van goederen en / of de vergoeding van de vergoedingsrechten vast te stellen op de wijze zoals geformuleerd onder punt 34 van het verweerschrift;
- te bepalen dat de vrouw uit hoofde van de door de man ten behoeve van haar onderneming ter beschikking gestelde bedragen aan de man een bedrag van
De vraag hoe in een schriftelijke overeenkomst de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een taalkundige uitleg van de bepalingen van die overeenkomst. Voor de beantwoording van die vraag komt het ook aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De letterlijke tekst is dus het uitgangspunt maar overige omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat een andere betekenis aan de bepalingen van de overeenkomst moeten worden gehecht. De rechtbank is van oordeel dat voor beide partijen duidelijk was dat levering van de woning en ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid ten tijde van ondertekening van de overeenkomst niet mogelijk was. De vrouw heeft ermee ingestemd dat de man de mogelijkheid kreeg om eerst de schulden af te lossen. Daarbij had de vrouw bovendien een belang, want dit gaf haar de mogelijkheid schuldenvrij een nieuwe toekomst op te bouwen. Evenmin liep de vrouw risico met betrekking tot de woning, omdat de zus van de man borg stond als de vrouw zou worden aangesproken. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat partijen voor ogen hadden dat levering pas zou plaatsvinden als de schulden zouden zijn afgelost, maar dat zij geen concrete termijn hebben willen stellen wanneer de schulden moesten zijn afgelost. De rechtbank beschouwt de termijn van 3 tot 5 jaar dan ook slechts als indicatieve termijn. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man gesteld dat de lening van de auto geheel is afgelost en dat de schuld aan Fideaal per mei 2021 is afgelost. Dit brengt met zich dat de vordering tot levering op laatstgenoemd tijdstip opeisbaar is geworden en dat deze vordering heden nog niet is verjaard. De man kan dan ook nakoming van de vrouw vorderen van de levering van de woning aan hem.
De man legt primair aan zijn verzoek ten grondslag dat sprake is van een lening. Volgens hem is tussen partijen afgesproken dat de vrouw de ten behoeve van haar onderneming ter beschikking gestelde bedragen zou terugbetalen uiterlijk bij beëindiging van de onderneming. De onderneming is in 2018 beëindigd. De vrouw betwist dit gemotiveerd.
De rechtbank is van oordeel dat de man – in het licht van de gemotiveerde betwisting door de vrouw – zijn stelling dat sprake was van een lening met onvoldoende feiten en omstandigheden heeft onderbouwd. Immers, partijen hebben geen schriftelijke leningsovereenkomst gesloten, noch is gebleken van mondelinge afspraken tussen partijen.