Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- [naam 2] , werkzaam bij Kredierbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- de heer [naam 3] , werkzaam bij het Leger des Heils (hierna: hulpverlening).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om de gemeente Rotterdam te bevelen mee te werken aan een schuldregeling die negen van tien schuldeisers accepteerden. De gemeente Rotterdam weigerde mee te werken vanwege een vordering die na 2013 is ontstaan en de toepassing van artikel 60c Participatiewet.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de gemeente Rotterdam bij weigering niet opweegt tegen de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm, wordt door een onafhankelijke partij getoetst en voorziet in een eenmalige betaling aan schuldeisers, wat gunstiger is dan een reguliere schuldsaneringsregeling.
Gezien de persoonlijke omstandigheden van verzoeker, waaronder arbeidsbeperkingen en een PW-uitkering, is het onwaarschijnlijk dat hij een hoger inkomen zal verwerven. De rechtbank wees het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af en stelde het dwangakkoord vast, waarbij de gemeente Rotterdam werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de gemeente Rotterdam in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.