Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan twintig schuldeisers met een betaling van 3,58% aan preferente en 1,79% aan concurrente schuldeisers. Achttien schuldeisers stemden in, maar twee schuldeisers, Garage Zeeuw en Vereniging Eigen Huis, stemden niet in zonder opgave van redenen.
De rechtbank beoordeelde of deze weigering redelijk was, waarbij werd meegewogen dat de twee schuldeisers slechts 1,65% van de totale schuld vertegenwoordigen en dat de regeling door een onafhankelijke partij was getoetst. Verzoekster werkt parttime en zorgt voor een kind met gedragsproblemen, waardoor haar afloscapaciteit beperkt is.
De rechtbank oordeelde dat het dwangakkoord gerechtvaardigd is omdat het voorstel het uiterste is wat verzoekster kan bieden en een gunstiger resultaat oplevert dan de wettelijke schuldsaneringsregeling die hogere kosten met zich meebrengt. Het verzoek tot dwangakkoord werd toegewezen en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen.