ECLI:NL:RBROT:2021:8733

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 augustus 2021
Publicatiedatum
6 september 2021
Zaaknummer
C/10/622837 / JE RK 21-2043
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265c BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige wegens ongeschiktheid moeder

De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering verzocht de rechtbank Rotterdam om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar verblijft de minderjarige in een pleeggezin sinds zijn geboorte. De moeder kampt met een psychotische problematiek waardoor zij niet in staat is adequaat voor het kind te zorgen.

Tijdens de zitting op 11 augustus 2021, die met gesloten deuren plaatsvond, werd de moeder telefonisch gehoord. De pleegmoeder en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling waren eveneens aanwezig. De moeder erkende de noodzaak van verlenging maar hoopte op toekomstig herstel en terugkeer van het kind. De pleegmoeder bevestigde dat het kind zich goed ontwikkelt in het pleeggezin.

De rechtbank oordeelde dat de moeder onvoldoende draagkracht heeft en dat verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van het kind. De wettelijke criteria uit artikel 1:255 en Pro artikel 1:265c BW zijn hiermee vervuld. De beschikking tot verlenging werd daarom voor de duur van een jaar toegekend en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige voor de duur van een jaar.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/622837 / JE RK 21-2043
datum uitspraak: 11 augustus 2021

beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging uithuisplaatsing

in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam,
betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2020 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder]

Fam. [familienaam] ,

hierna te noemen de pleegouders, wonende te [woonplaats pleegouders] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 10 juni 2021, ingekomen bij de griffie op 26 juli 2021.
Op 11 augustus 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. S.R. Kwee,
- de pleegmoeder,
- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .
De moeder is telefonisch gehoord.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.
[voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
Bij beschikking van 26 augustus 2020 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 26 augustus 2021.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 16 februari 2021 de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 26 augustus 2021.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Tevens heeft de GI verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De moeder is vanwege haar ziektebeeld niet in staat om voor [voornaam minderjarige] te zorgen. Omdat de moeder ook op de lange termijn niet in staat wordt geacht voor [voornaam minderjarige] te zorgen is een verzoek tot onderzoek naar een gezagsbeeïndigende maatregel gedaan bij de Raad voor de Kinderbescherming. Het lukt de moeder ook niet om de bezoekregeling na te komen. Het laatste bezoek heeft in mei 2021 plaatsgevonden. De opbouw van contact verloopt daardoor moeizaam.

De standpunten

De moeder begrijpt dat een verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing nodig zijn, maar zij hoopt dat [voornaam minderjarige] in de toekomst weer bij haar komt wonen. De moeder wil met hem en de andere kinderen een gelukkig gezin zijn. De moeder zou graag willen dat de omgang wordt uitgebreid.
De pleegmoeder is het eens met het verzoek. Met [voornaam minderjarige] gaat het heel goed. Het is een vrolijk en lief jongetje. Hij ontwikkelt zich leeftijdsadequaat. Hij begint inmiddels te lopen. De band met de oudere twee kinderen in het gezin is ook goed. [voornaam minderjarige] vindt onbekende situaties nog wel spannend.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de moeder recent opnieuw is opgenomen bij Antes vanwege haar psychotische problematiek. De moeder is onvoldoende stabiel en heeft onvoldoende draagkracht om de opvoedtaken over [voornaam minderjarige] op zich te nemen. [voornaam minderjarige] is gebaat bij een veilige, gestructureerde opvoedomgeving die de moeder hem niet kan bieden. Het lukt de moeder ook niet de bezoekafspraken met [voornaam minderjarige] na te komen. Hoewel de wens van de moeder om [voornaam minderjarige] op termijn weer bij haar te hebben begrijpelijk is, lijkt dit niet haalbaar. [voornaam minderjarige] verblijft al sinds zijn geboorte in een pleeggezin. Het pleeggezin sluit aan bij zijn opvoedbehoeftes. [voornaam minderjarige] ontwikkelt zich daar goed. Het is in zijn belang dat hij daar kan blijven.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar. Ook is de verlenging van de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW).

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 26 augustus 2022;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 26 augustus 2022;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2021 door mr. R.H. de Vries, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 18 augustus 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.