Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- mr. S.J.B. Drijber, advocaat van schuldenares;
- de heer [naam 1] , interim controller in dienst van schuldenares;
- mr. M. van der Laarse, bewindvoerder;
- mr. P. van der Valk, kantoorgenoot van de bewindvoerder;
- mr. P.E. Hendriksen en mr. R.M.T.M. Tielens, namens [schuldeiser 1] ;
- dhr. [naam 2] , krachtens volmacht, namens [schuldeiser 3]
- mr. J. van Hecke, namens [schuldeiser 2]
- mr. F. Hengst, namens [schuldeiser 4] en [schuldeiser 5] (hierna ook : [schuldeisers 4 en 5] )
2.De feiten
alle crediteuren, waarvan hun vorderingen tijdens de crediteurenvergadering vastgesteld is, naar rato van hun vordering een percentage te betalen van het gerealiseerde actief, minus de kosten van de surseance en de volledige voldoening van de preferente crediteuren”.
3.De standpunten
4.De beoordeling
zij zal beginnen met het doornemen van de crediteurenlijst. Vervolgens zal zij mr. Drijber vragen het aangeboden akkoord toe te lichten, waarna zij de bewindvoerder zal vragen zijn schriftelijke rapportage toe te lichten. Vervolgens zal de stemming worden geïnventariseerd om te zien of het akkoord haalbaar is.”
erechtbank dient thans te beoordelen of het op 2 juli 2021 aangenomen akkoord al dan niet moet worden gehomologeerd.
- indien de baten van de boedel de bij het akkoord bedongen som te boven gaan;
- indien de nakoming van het akkoord niet voldoende is gewaarborgd;
- indien het akkoord door bedrog, door begunstiging van één of meer schuldeisers of met behulp van andere oneerlijke middelen is tot stand gekomen, onverschillig of de schuldenaar dan wel een ander daartoe heeft medegewerkt;
- indien het loon en de verschotten van de deskundigen en de bewindvoerders niet
€ 107.648,84 zal het uitkeringspercentage aan de concurrente crediteuren verhogen.
5.De beslissing
definitiefvast op
definitiefvast op € 2.254,21 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van schuldenares.