Eiser exploiteert een café waar op 30 november 2018 een controle plaatsvond. Controle-ambtenaren constateerden dat een jongen van 16 jaar een biertje dronk dat door zijn meerderjarige broer was gekocht. De barmedewerkster had volgens het bestuursorgaan voldoende overzicht en had de leeftijd kunnen controleren.
Verweerder legde eiser een bestuurlijke boete van €1.360,- op wegens overtreding van artikel 20, eerste lid, van de Drank- en Horecawet. Eiser voerde aan dat hij niets kon doen tegen het doorgeven van alcohol door meerderjarige aan minderjarige, dat de jongen er ouder uitzag en dat de boete te hoog was, mede omdat het de eerste overtreding betrof.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende toezicht had gehouden en onvoldoende maatregelen had getroffen om verstrekking aan minderjarigen te voorkomen. Het beleid van verweerder om direct een boete op te leggen bij dergelijke overtredingen is niet onredelijk. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die matiging van de boete rechtvaardigden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.