Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
beschikking van de kinderrechter over de schriftelijke aanwijzing
[naam moeder],
[naam kind 1],
,
Rechtbank Rotterdam
De moeder oefent het ouderlijk gezag uit over haar drie kinderen, die sinds juni 2021 onder toezicht zijn gesteld en uit huis geplaatst. De gecertificeerde instelling (GI) had een schriftelijke aanwijzing gegeven waarin een begeleide omgangsregeling van eenmaal per drie weken werd vastgesteld vanwege de belasting voor de kinderen.
De moeder verzocht de schriftelijke aanwijzing geheel te laten vervallen en een omgangsregeling te treffen waarbij zij haar kinderen om de week begeleid zou zien, omdat zij meent dat de huidige regeling te weinig contact biedt voor een goede hechting.
De GI stelde dat de bezoeken goed verlopen maar dat de kinderen na de bezoeken vermoeid en gespannen zijn, en dat de omgang daarom begeleid en minder frequent moet blijven. De kinderrechter oordeelde dat de GI onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de omgang van eenmaal per twee weken te belastend is en dat de terugbrenging naar eenmaal per drie weken niet noodzakelijk is.
Daarom werd het verzoek van de moeder toegewezen en de schriftelijke aanwijzing van 4 juni 2021 vervallen verklaard, waardoor een frequentere omgang mogelijk wordt gemaakt. De beschikking werd op 23 augustus 2021 uitgesproken.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing van 4 juni 2021 wordt vervallen verklaard, waardoor een frequentere, begeleide omgang tussen moeder en kinderen mogelijk wordt.