De rechtbank Rotterdam heeft op 23 augustus 2021 een beschikking gegeven waarin het ouderlijk gezag van de moeder over twee minderjarige kinderen wordt beëindigd. De kinderen verblijven sinds 2017 in een stabiel pleeggezin en de moeder is niet in staat om hen de noodzakelijke verzorging en opvoeding te bieden. De Raad voor de Kinderbescherming heeft het verzoek tot beëindiging van het gezag ingediend en de pleegouders hebben zich bereid verklaard de voogdij over te nemen.
De rechtbank overweegt dat de kinderen in de thuissituatie bij de moeder opgroeiden in een onveilige en instabiele omgeving, gekenmerkt door huiselijk geweld en onvoldoende structuur. Ondanks verschillende interventies is de situatie van de moeder niet verbeterd, mede door haar problematiek op het gebied van financiën, huisvesting en verslaving. De moeder erkent zelf dat zij geen perspectief kan bieden en stemt in met het verzoek.
Gezien de ernst van de bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen en het ontbreken van een aanvaardbare termijn waarbinnen de moeder haar opvoedverantwoordelijkheid kan dragen, wijst de rechtbank het verzoek toe. De pleegouders worden benoemd tot voogd, waarbij zij een veilige en stabiele leefomgeving bieden en het contact tussen moeder en kinderen faciliteren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.